14 WQHD-monitoren review: Full HD? Weg ermee!

62 reacties
Inhoudsopgave
  1. 1. Inleiding
  2. 2. Waar zijn de hogeresolutie-monitoren?
  3. 3. Schaling
  4. 4. WQHD: 'Wide Quad HD'
  5. 5. Techniek
  6. 6. Test
  7. 7. ASUS PB278Q
  8. 8. ASUS PA279Q
  9. 9. Dell UltraSharp U2713H & U2713HM
  10. 10. Eizo EcoView EV2736W
  11. 11. Eizo Flexscan SX2762W
  12. 12. Fujitsu P27T-6
  13. 13. HP ZR2740W
  14. 14. Iiyama ProLite XB2776QS-B1
  15. 15. LG 27EA83
  16. 16. Philips 272C4QPJKAB & 272P4QPJKEB
  17. 17. Samsung Series 9 S27B970D
  18. 18. Samsung SyncMaster S27A850D
  19. 19. Testresultaten helderheid en contrast
  20. 20. Testresultaten helderheid onder kijkhoek
  21. 21. Testresultaten kleurtemperatuur & kleurechtheid
  22. 22. Testresultaten reactietijd en input lag
  23. 23. Testresultaten energieverbruik
  24. 24. Conclusie
  25. 25. Besproken producten
  26. 26. Reacties

Inleiding

Waar andere productcategorieën razendsnelle ontwikkelingen kennen, lijkt de tijd bij monitoren de afgelopen jaren vooral stil te hebben gestaan. Grotere formaten worden langzaam maar zeker goedkoper, maar de resolutie blijft steken op 1920x1080 pixels. Toch zien we dit jaar eindelijk meer merken met WQHD-monitoren komen. Hardware.Info verzamelde 14 verschillende modellen en voelde deze aan de tand. Welke WQHD-monitor is de beste voor jou?

Dell U2713H WQHD

Het is een veel gelezen frustratie in de reacties op onze website: bij berichten over nieuwe monitoren wordt steevast teleurstelling geuit als deze ‘maar’ een full hd-resolutie hebben, ofwel 1920x1080 beeldpunten – en dat is meestal het geval. De incidentele zakelijke modellen met 1200 pixels verticaal kunnen op iets meer goedkeuring rekenen, maar de vraag overheerst: waar blijven onze superresolutie beeldschermen?!

Die vraag is niet zo gek, want in de smartphone en tabletwereld zien we een ware pixelrace plaatsvinden. Enige jaren geleden brak Apple met de iPhone 4 door de 300 pixels per inch-grens, maar inmiddels benaderen andere merken de 500 ppi, met full hd-resoluties op een diagonaal van rond de 5 inch. Apple heeft inmiddels een tweetal MacBook Pro notebooks voorzien van hogeresolutieschermen, met 2880x1800 en 2560x1600 pixels voor schermdiagonalen van respectievelijk 15 en 13 inch. Die modellen hebben pas zeer recent enige navolging gezien in de PC-wereld, al zal met het verstrijken van de tijd wel meer gebeuren op dat gebied.

Bij monitoren is het echter vooralsnog tamelijk karig, als je een hogere pixeldichtheid wenst of gewoon een scherm met een hogere resolutie, ongeacht de diagonaal. In dit artikel gaan we in op de reden daarvoor, én testen we een flink deel van het marktaanbod met 'hogere dan full hd'-resolutie, dat vooralsnog de vorm heeft van 27-inch schermen met 2560x1440 pixels, ook wel WQHD genoemd. Welke schermen dat zijn, waarop je moet letten bij aanschaf en welke zaken je rekening mee moet houden bij zo'n scherm, dat lees je op de volgende pagina's.

Waar zijn de hogeresolutie-monitoren?

Het is niet verwonderlijk dat men de wenkbrauwen optrekt over wéér een 27-inch monitor met full hd resolutie. Bij kleinere diagonalen is dat (of slechter) zelfs de enige optie. Bij notebooks is de situatie iets, maar niet veel beter: het merendeel van de aangeboden 15,6-inch modellen heeft 1366x768 pixels beschikbaar op het beeldscherm. Modellen die meer bieden zijn buitenproportioneel duur: de meerprijs is honderden euro’s. Daarvoor krijg je ook wel een betere, snellere laptop, maar de vraag blijft: waarom zijn er geen eenvoudiger modellen met een hogere resolutie beeldscherm? Voor het uitblijven van hogere resoluties op de desktop en laptop zijn meerdere verklaringen.

HTC One (M7) Silver
De HTC One: 4,7 inch en 1920x1080 beeldpunten, goed voor 469 pixels per inch.

De belangrijkste is dat het fabriceren van een beeldscherm met zoveel pixels per inch als bijvoorbeeld een HTC One al behoorlijk prijzig is voor een smartphone, maar voor een monitor ronduit onbetaalbaar zou worden. Het 4,7 inch grote schermpje van de genoemde smartphone kost al ongeveer net zoveel als een full hd monitor.

Een tweede reden is dat het voordeel van meer pixels (meer werkruimte) bij kleinere diagonalen al snel omslaat in een nadeel: alles op het scherm wordt erg klein, doordat beeldschermelementen een vaste grootte in pixels hebben. Méér pixels op hetzelfde oppervlak betekent altijd kleinere pixels. Op een afstand van 50-70 cm zijn individuele beeldpunten op een 27-inch scherm al bijna niet te zien, dus als een beeldelement (knop, menu, pictogram, etc.) al uit niet zoveel pixels bestaat, wordt het bijna onzichtbaar als die pixels te klein worden. Om deze reden vinden veel mensen een full hd resolutie op een laptopscherm, zelfs van 15,6-inch, eigenlijk al te kleine beeldelementen opleveren. Daar zijn oplossingen voor, maar die moeten door zowel het besturingssysteem als individuele programma's ondersteund worden. Tot dusver gebeurt dat amper.

Mede hierdoor is de meerwaarde van extra pixels voor veel mensen niet duidelijk. Tenzij je specifieke toepassingen gebruikt die het echt vereisen, volstaat voor de meeste doeleinden de standaardresolutie. Ja, je ziet kartels bij schuine lijnen en tekst, maar vanaf een scherpte van zo'n 72 ppi is daar voor de meesten prima mee te werken. Het wachten was op een ‘killer toepassing’ om de meerwaarde van hogere resoluties duidelijk te maken.

Het lijkt erop dat die is gevonden in het gebruik van de extra pixels om het beeld scherper te maken, in plaats van om meer beeldelementen tegelijk weer te geven. Apple past dit principe toe in de ‘Retina’-producten; zo heeft de 15-inch MacBook Pro een beeldscherm met 2880x1800 beeldpunten: exact het dubbele in beide richtingen van de 1440x900 resolutie die Apple eerst toepaste. Met vier pixels voor elke weergegeven beeldpunt zijn veel nauwkeuriger kleurnuances en kleurovergangen mogelijk, waardoor schuine lijnen en tekst er bijvoorbeeld veel mooier uitzien. Wie eenmaal de scherpte van een ‘Retina’, of liever een HiDpi-scherm heeft gezien, went maar moeilijk weer aan wat de norm is op standaard pc’s. Vooral bij tekst is het verschil goed zichtbaar, maar ook het verschil in detail in foto's is moeilijk te missen.

Er is een goede reden dat Apple kiest voor exact de dubbele resolutie in beide richtingen, en daarop gaan we op de volgende pagina in: schaling.

Schaling

Een van de redenen dat we weinig hogeresolutieschermen hebben gezien, is dat panelen die technisch mogelijk en economisch rendabel zijn om te produceren, eigenlijk niet voldoende pixels per inch bevatten. De beste 'hogere resolutie' is namelijk een factor 2, 4, etc. hoger dan een 'standaard resolutie'. Vandaar de 2560x1600 resolutie van de 13" MacBook Pro Retina: 2x 1280 horizontaal en 2x 800 verticaal. Voor een full hd monitor betekent het echter een resolutie van 3840x2160 pixels - ofwel UHD/4K. Niet alleen zijn beeldschermen met die resolutie vooralsnog minimaal 31,5 inch in diagonaal, ook is het aanleveren van zoveel beeldpunten bij een voldoende hoge verversingsfrequentie op dit moment alleen mogelijk met DisplayPort 1.2. En zoals we al opmerkten, deze pixeldichtheid gaat behoorlijk in de papieren lopen bij grotere diagonalen. Kleinere UHD-schermen zijn aangekondigd, maar het is afwachten wanneer die zullen verschijnen en wat ze zullen kosten.

De reden voor de vereiste van de factoren van 2 is te vinden in hoe TFT-schermen werken en welke beperkingen dat stelt aan beeldschaling. Pixels zijn vierkant en hebben een vaste positie; een aanpassing van de resolutie betekent dus onherroepelijk een benadering van de feitelijke resolutie. Het gevolg is dat bijvoorbeeld 1280x720 pixels er niet scherp uitziet op een 1920x1080 pixels tellend beeldscherm.

Zoals gezegd past Apple in de Retina MacBook Pro’s standaard 200% schaling toe: het beeld wordt opgerekt tot het in beide richtingen twee keer zoveel pixels in beslag neemt. Samsung doet iets vergelijkbaars in de recent aangekondigde Ativ Book 9 Plus, die een resolutie van 3200x1800 heeft op een 13,3" scherm. In beide gevallen is dat het eenvoudigst, gezien de vierkante vorm van pixels. Bij kleinere of grotere fracties loop je tegen het beschreven probleem op dat je niet slechts een deel van een pixel kan aansturen.

Dat is één reden waarom toepassingen zich raar kunnen gedragen als je de schaling op bepaalde, ‘lastige’ waarden instelt, terwijl schaling groter dan 125% vaak echt voor problemen zorgt. Dat ligt deels aan het besturingssysteem, maar ook veel toepassingen zijn niet geschikt om 'opgeschaald' weer te geven. Een berucht voorbeeld is Adobe Photoshop, toch niet het minst bekende pakket. Bij hoge resoluties zijn de bedieningselementen microscopisch klein. Het grootste probleem blijft echter de vaste positie van pixels in een LCD-scherm.

Er zijn manieren om dat gedeeltelijk te compenseren, door bijvoorbeeld de resolutie intern op te schalen en vervolgens weer terug te brengen (vergelijkbaar met full scene anti-aliasing in games). Een goede scaler in het beeldscherm kan veel compenseren, maar het resultaat is nooit zo scherp als de 'native' resolutie. Apple past een vergelijkbare schalingsmethode in software toe in de laatste versie van MacOS, maar Windows beschikte tot versie 8 niet over goede schaling. Dat geldt voor die laatste versie overigens nog steeds voor de desktop-omgeving, want die is niet aan zulke strenge richtlijnen gebonden als de Modern UI tegel-omgeving. Games spreken de videokaart via een andere weg aan dan de desktop en zijn voor schaling feitelijk afhankelijk van de monitor, al kan FSAA ook helpen.

Games

De problematiek van extra beeldpunten krijgt nog een extra dimensie in games. Al die extra pixels moeten namelijk ook nog aangestuurd worden. Voor desktoptoepassingen is dat geen probleem, zelfs niet voor de simpelste videokaarten. Voor games is het echter een uitdaging voor veel videokaarten. Er zijn genoeg courante modellen, die nog niet eens krachtig genoeg zijn om moderne games soepel te laten lopen in full hd-resoluties, laat staan dat ze nóg meer pixels kunnen verwerken.

Dat betekent dat je met een WQHD-monitor games vaker op een lagere resolutie zal moeten spelen, om speelbare framerates te behalen. Dan komt het schalingprobleem weer om de hoek kijken: TFT-monitoren zijn zoals je al kon lezen notoir slecht in beeldschaling, door de vaste positie van de pixels. Echter… bij exacte deling door twee van horizontale en verticale resolutie speelt dat geen rol. Voor full hd schermen betekent dat 960x540 pixels er ook prima uitziet, maar dat is wel een erg grote stap naar beneden. Voor de WQHD-schermen die onderwerp zijn van dit artikel, komt het echter neer op 1280x720 pixels: daarmee valt te leven, maar het is wel een erg grote stap terug. Gelukkig bevatten de meeste van de besproken modellen een bovengemiddelde scaler, die andere resoluties redelijk kan interpoleren. Ideaal is het echter niet. Wil je dus fatsoenlijk gamen op een WQHD-monitor, dan zal je genoegen moeten nemen met een 'HD-resolutie', óf ook moeten investeren in een stevige videokaart die de 77% extra pixels kan aansturen.

WQHD: 'Wide Quad HD'

Met alle voorbehouden van de vorige pagina's, zal hopelijk duidelijk zijn dat je op dit moment een hogeresolutiescherm vooral kiest omdat je behoefte hebt aan meer werkruimte, niet primair om de extra pixels te benutten om fraaiere beelden te zien. Feitelijk is er maar één optie op de desktop voor beeldschermen met een hogere resolutie dan full hd, en dat is het WQHD-formaat. Dat staat voor 'Wide Quad HD', een tamelijk arbitraire term die ook wel wordt afgekort tot QHD. Met Quad HD wordt dus geduid op vier keer de resolutie van 'HD' ofwel 1280x720. Wij houden WQHD aan, want het bestaan van qHD (quarter HD, ofwel 960x540) maakt het er al niet duidelijker op.

Tot enige jaren geleden was deze resolutie er alleen in de vorm van peperdure 30-inch schermen met een 16:10 verhouding en 2560x1600 pixels (WUXGA), maar inmiddels is er een flink aanbod aan 27-inch 16:9 modellen met 2560x1440 pixels. Vooralsnog is dat ook de enige ‘hoger dan full hd’ resolutie die voor consumenten enigszins toegankelijk is. De 30-inch schermen met 2560x1600 zijn nog altijd significant duurder, met prijzen vanaf circa 1000 euro.

De 16:9 versies die onderwerp zijn van dit artikel zijn ook niet echt goedkoop, maar met prijzen die beginnen rond de 500 euro zijn ze alleszins betaalbaar te noemen – en ze bieden 77% meer beeldpunten dan een full hd monitor. Het aanbod aan merken en modellen is inmiddels groot genoeg voor een vergelijkende test. Wie zijn er momenteel actief en wie zijn er in de test vertegenwoordigd?

Merken en modellen

Apple was er vroeg bij met het Cinema Display, inmiddels opgevolgd door de Thunderbolt Display. Helaas konden we dat scherm niet meenemen in deze test. Dell heeft een belangrijke bijdrage gedaan aan het populariseren van hogeresolutieschermen met de UltraSharp U2711, die nog steeds verkrijgbaar is. Echter, dit scherm is inmiddels end-of-life en opgevolgd door de U2713HM en de U2713H. NEC richtte en richt zich vooralsnog alleen op de professionele markt en had geen model dat qua prijs vergelijkbaar was met de exemplaren in deze test. Eizo volgde aanvankelijk dezelfde strategie, maar heeft inmiddels een scherm dat als ‘nog betaalbaar’ gekwalificeerd kan worden, de EV2736. Voor deze test leverde het ook een tweede model aan, de Flexscan SX2762SW, die aanmerkelijk duurder is. Ook Fujitsu biedt al enige tijd een WQHD-scherm, de P27T-6. Er is een nieuwere, goedkopere variant, de P27T-6P, die ons helaas niet tijdig voor de test kon bereiken. HP heeft sinds enige tijd de ZR2740W in het assortiment van professionele beeldschermen. Daarnaast introduceerde ASUS onlangs de PB278Q, wat later gevolgd door de PA279Q. Iiyama kwam met de XB2776QS-B1 en LG met de 27EA83 en de 27EA83R. Die laatste was helaas niet tijdig beschikbaar voor deze test, maar de eerste wel. Ook de Philips 272P4QPJKEB en de 272C4QPJKAB, die al in september 2012 werden aangekondigd, kwamen pas zeer recent op de markt, maar zijn wel opgenomen in deze test. Twee modellen van Samsung ronden het veld af, de SyncMaster S27A850D en de S27B970D.

Techniek

Het aantal fabrikanten van WQHD-panelen is beperkt. Alle panelen tot dusver hebben dezelfde diagonaal van 27-inch, goed voor een pixeldichtheid van 108 ppi. Lange tijd leverde alleen LG Display IPS-panelen met deze kenmerken, aanvankelijk met CCFL-backlight en tegenwoordig met LED-verlichting. Inmiddels produceert ook Samsung een eigen tegenhanger, PLS genaamd. Qua werking is deze zeer vergelijkbaar met IPS en de eigenschappen zijn dan ook vrijwel identiek.

IPS en PLS worden gekenmerkt door een goede kleurechtheid, mits de aansturende elektronica van het vereiste niveau is, uiteraard. Die kleurechtheid zie je ook wanneer je niet recht naar een scherm met zo’n paneel kijkt: de helderheid neemt dan wel af, maar de kleuren verschieten niet. Bij de meest toegepaste TN-techniek gebeurt dat wel, net als, in mindere mate, bij VA-panelen. Bij grotere formaten schermen is dat ook zichtbaar in de hoeken van het beeld. Verder zijn deze panelen doorgaans aanzienlijk helderder dan veel TN-schermen, maar de keerzijde is dat het bereiken van goede zwartwaardes van alle paneeltechnieken het lastigst is voor IPS en PLS. Dat zie je terug in relatief lage contrastratio’s bij gelijktijdige weergave van zowel heel heldere als heel donkere beelddelen.

IPS en PLS-panelen zijn er zowel in varianten met 8-bits kleurdiepte als met 10-bits kleurdiepte (feitelijk 8-bits met frame rate control ofwel kleurinterpolatie); in de praktijk zijn we tot dusver alleen 8-bits PLS-panelen tegengekomen. Voor gewone consumenten is dat ook ruimschoots voldoende. Het opzetten van een 10-bits workflow is technisch complex en biedt weinig meerwaarde, zolang je niet met kleurruimtes werkt die kunnen profiteren van de extra nuances. In deze test is een aantal schermen opgenomen met 10-bits kleurweergave én de mogelijkheid bijna 100% van de AdobeRGB kleurruimte weer te geven; die zijn overwegend hoger geprijsd, al valt het verschil soms mee. Desalniettemin, tenzij je op semi-professioneel niveau aan beeldbewerking doet, kan je beter een 8-bits scherm kiezen, ook al kunnen die ‘slechts’ de kleinere (maar nog altijd riante) sRGB-kleurruimte weergeven.

Aansluitingen

Ten slotte een woord over aansluitingen. Voor het weergeven van een resolutie van 2560x1440 pixels, ofwel 3.686.400 beeldpunten, is een dual-link DVI-D of een DisplayPort-aansluiting vereist. De meeste modellen in de test kunnen via HDMI maximaal 1920x1080 beeldpunten weergeven, al zijn daarop uitzonderingen: met een HDMI 1.4 ingang is de hogere resolutie wel mogelijk. Een videokaart die in staat is een dual-link DVI-signaal uit te sturen is dus vereist. Op de desktop is dat anno 2013 geen probleem en ook de chipsets in de meeste notebooks kunnen dit prima. Toch is het oppassen geblazen, want uit een vrij uitgebreide steekproef met diverse notebooks bleek dat niet alleen de HDMI-aansluiting vaak de uitgangsresolutie beperkt, maar dat zelfs modellen met DisplayPort-aansluiting niet altijd de volledige resolutie konden uitsturen. Controleer dus of je computer een WQHD-scherm kan aansturen op de native resolutie, voordat je er een aanschaft.

Test

We hebben voor dit artikel 14 WQHD-monitoren getest met onze standaardprocedure. Die omvat op moment van schrijven een analyse met behulp van een MicroVision SS220 installatie, die zaken meet als de helderheid onder een hoek en de helderheidsverdeling. Daarnaast analyseren we de kleurechtheid met behulp van de CalMAN software van SpectraCal en een X-Rite i1 Display Pro colorimeter. Ten slotte meten we de responstijd met behulp van een oscilloscoop en de input lag met een opstelling met een CRT-monitor en een digitale camera.

Vooraf kunnen we al opmerken dat de besproken monitoren overwegend zeer sterk op elkaar lijken. Zoals gezegd is er een beperkte variatie in de gebruikte panelen. Die zijn bovendien zo duur, dat de meeste fabrikanten ervoor kiezen de schermen luxe uit te rusten qua aansluitingen en behuizing. De meerprijs daarvan is relatief klein, maar geeft de koper wel het idee dat deze meer voor zijn of haar investering terugkrijgt. En dat is natuurlijk ook zo.

Zowel qua beeldeigenschappen en qua aansluitingen zijn de verschillen dus minimaal. Het merendeel van de schermen kan ook uitstekende kleurechtheidwaardes bereiken, als die direct uit de doos al niet erg goed zijn; daarvoor is wel kalibratie vereist, bijvoorbeeld met een product als de door ons gebruikte combinatie van CalMAN en een colorimeter. Voor de bespreking van individuele modellen richten we ons dan ook primair op de afwijkende of originele elementen.

ASUS PB278Q

De eerder al apart besproken PB278Q is ASUS’ eerste WQHD-beeldscherm en een van de weinige in deze test die gebruikmaakt van een PLS-paneel van Samsung. Dat betekent dat we van doen hebben met een 8-bits scherm, dat ASUS heeft verpakt in een strakke ergonomische, in hoogte verstelbare en volledig aanpasbare voet.

Een USB hub heeft ASUS weggelaten, maar het bedrijf heeft in de PB278Q wel wat handige extra functies gestopt. Zo kan het, via het on-screen display, de afmetingen van diverse documentformaten tonen. ASUS noemt dat 'QuickFit Virtual Scale Function' en het komt erop neer dat je A4 en Letter-formaat documenten, alsmede foto's in een aantal formaten, middels een soort raster op het scherm kan tonen om ze precies zo groot te zien als ze er op een afdruk uit zouden zien. Ook biedt deze functie een raster om te helpen met het maken van uitsnedes.

Daarnaast biedt de PB278Q een functie die ASUS ‘Splendid Video Intelligence Technology’ noemt - feitelijk voorkeuze-instellingen voor de kleurweergave. Die zouden we links laten liggen en het scherm in de sRGB-stand of gebruikerspreset configureren. Uit de doos presteerde het scherm al erg goed, maar met kalibratie is het eenvoudig (nagenoeg) perfect te krijgen. Het stroomverbruik is bovendien erg laag. De gemiddelde prijs van nog geen 540 euro maakt het tot een van de voordeligste opties in de test en gezien de prestaties kunnen we het zonder meer aanraden.

Asus PB278Q
ASUS PB279Q

ASUS PA279Q

Waar de PB-serie van ASUS de zakelijke lijn vertegenwoordigt, is de PA-serie bestemd voor grafische professionals. De 'A' staat voor 'Art' en de PA279Q is een indrukwekkende monitor. Zoals altijd onder het voorbehoud dat smaken verschillen, maar wij zijn erg gecharmeerd van het strakke uiterlijk, dat een beetje doet denken aan de zakelijke lijn van IBM/Lenovo van enige jaren geleden. De prijs is een stuk hoger dan die van de PB-tegenhanger, gemiddeld betaal je er net geen 825 euro voor. De reden daarvoor is het laatste generatie AH-IPS-paneel met 10-bits ondersteuning, dankzij een ander backlight. Het kleurbereik komt overeen met 99% van AdobeRGB en het scherm is in de fabriek gekalibreerd.

Qua uitrusting is de PA279Q meer dan compleet. Naast video-ingangen voor DVI, DisplayPort en HDMI is er een 'daisy-chain' DisplayPort uitgang, een zes-poorts (!) USB 3.0 hub, een geheugenkaartleze en audio in- en uitgangen. Eén van de USB-poorten is geschikt voor snelladen van bijvoorbeeld een tablet. De ingebouwde speakers hebben een wat hoger vermogen dan gebruikelijk in beeldschermen en hebben volgens ASUS speciaal aandacht gehad om een betere weergave mogelijk te maken dan doorgaans het geval is bij dit type speakers. Verder is het scherm in hoogte verstelbaar en op alle mogelijk manieren in te stellen voor een optimale ergonomische werkplek.

De extra functies van de PB279Q zijn ook in dit scherm verwerkt; de bediening van het OSD gaat nog wat makkelijker, dankzij aan de voorzijde geplaatste knoppen en een handige mini-joystick.

De testresultaten van de PA279Q zijn overwegend superlatief, wat gezien de prijs en eigenschappen ook wel mag en in de verwachting lag. De kleurechtheid is uitstekend, het gamma nagenoeg perfect. De kleurtemperatuur is bij 100% helderheid aan de hoge kant, iets wat we vaker zien en in de praktijk geen groot probleem is, aangezien 100% helderheid in de meeste omstandigheden teveel van het goede is. De kijkhoeken zijn uitstekend en zelfs de reactietijden zijn, zeker voor een IPS-scherm, gewoon heel erg goed. Er is wel enige input lag, maar alleen de grootste die-hard fps gamer zal daar in de praktijk van wakker liggen.

Het enige nadeel is het prijskaartje, maar als je gewoon een topkwaliteit scherm zoekt voor grafisch werk, dan is dit een uitstekende keuze. Dat je er ook nog eens aardig op kan gamen is mooi meegenomen.

Asus PA279Q ProArt
ASUS PA279Q

Dell UltraSharp U2713H & U2713HM

Deze twee modellen van Dell mogen dan maar één letter qua typenummer verschillen, onder de oppervlakte zijn er zeker verschillen. De U2713H is voorzien van een 10-bits paneel, de U2713HM heeft een 8-bits paneel. Dat zorgt voor verschil twee: voor de eerste ben je minimaal 690 euro kwijt, de tweede staat al voor minder dan 500 euro in onze Prijsvergelijker. Onze uitgebreide review van de U2713HM kan je hier teruglezen.

Daarnaast zijn er een paar kleine verschillen qua aansluitingen: de U2713H mist een VGA-aansluiting, maar heeft wel een geheugenkaartlezer en een picture-in-picture mogelijkheid. Beide beschikken over een USB 3.0 hub met vier poorten. Belangrijker is dat de U2713H een nieuw soort achtergrondverlichting heeft, zogenaamde GB-leds. Daardoor kan het scherm een bereik van 99% van de AdobeRGB kleurruimte claimen.Vermoedelijk gaat het om hetzelfde paneel als aanwezig in de LG 27EA83 en de ASUS PA279Q, een laatste generatie AH-IPS exemplaar.

Qua testresultaten liggen beide erg dicht bij elkaar, met het verschil dat de U2713HM ‘beperkt’ is tot sRGB. Qua kleurechtheid en kijkhoeken scoren beide monitoren uitstekend, al valt op dat de gemeten kleurtemperatuur van de U2713HM standaard aan de hoge kant is. De U2713H is dan weer beduidend minder zuinig, terwijl de goedkopere broer het zuinigste model in de test is. Opmerkelijk genoeg zijn de kleurechtheidscores van de U2713HM beter dan die van de duurdere tegenhanger, maar dat heeft er vermoedelijk mee te maken dat die laatste is gekalibreerd voor AdobeRGB. De U2713HM bespraken we zoals gezegd al eerder en we waren toen ook zeer enthousiast. De versie zonder -M is ook uitstekend, maar je moet je ernstig afvragen of je de grotere kleurruimte nodig hebt: de meerprijs is niet gering. Desalniettemin, als je in de markt bent voor een 10-bits scherm, is de U2713H een van de beste opties.

Met betrekking tot de U2713HM moeten we vermelden dat we sinds onze oorspronkelijke review uit diverse hoeken geluiden hebben opgevangen met betrekking tot problemen die kort na ingebruikname verschenen, waaronder een fluittoon die door meerdere mensen genoemd wordt. Wij hebben die niet geconstateerd, maar wel de vraag naar Dell uitgezet of deze problemen bekend zijn en of het een breder fenomeen betreft. Wanneer we daarover horen, zullen we er zeker over berichten.

Dell UltraSharp U2713H
Dell UltraSharp U2713H

Dell UltraSharp U2713HM
Dell UltraSharp U2713HM

Eizo EcoView EV2736W

Met de EV2736W heeft Eizo een scherm dat, naar de maatstaven van dit overwegend op de professionele markt gerichte merk, behoorlijk gunstig geprijsd is. Binnen het testveld is het echter, met een gemiddelde prijs van net geen 800 euro, een van de duurste modellen. Daarvoor krijg je in ieder geval de oerdegelijke Eizo-behuizing terug. Of je het ook mooi vindt is een kwestie van smaak, maar een Eizo-monitor blijft een indrukwekkende verschijning.

Verder biedt de EV2736W zo de voornaamste aansluitingen en functionaliteit die je mag verwachten van een scherm in deze prijsklasse, met dien verstande dat het merk de VGA- en HDMI-aansluitingen heeft weggelaten. De USB hub heeft ook maar twee aansluitingen en het on-screen display is behoorlijk sober. De noodzakelijke functies zitten erin, maar het in zwart-wit vormgegeven menu steekt grauw af bij de inspanningen die bijvoorbeeld Dell en LG zich getroost hebben.

De testresultaten van de EV2736 zijn overwegend goed tot zeer goed. Opvallend is dat het checkerboard contrast wat laag uitvalt, wat correleert met een relatief hoge zwartwaarde. De uniformiteit is wel erg goed en de responstijden zijn warempel laag genoeg dat je er nog een spelletje op kan spelen, al heeft Eizo dit scherm daar uiteraard niet voor bedoeld. De kleurechtheid is in orde, de grijswaarde-afwijking is zelfs de beste in de test. Er valt weinig op dit scherm aan te merken, maar de prijs maakt het lastig het direct aan te bevelen. Voor kantooromgevingen zal dat minder uitmaken en is het een uitstekende keuze, des te meer vanwege de uitzonderlijke 5 jaar on-site garantie.

Eizo EV2736W Black
Eizo EcoView EV2736W

Eizo Flexscan SX2762W

De Flexscan SX2762W is wat ouder dan het hiervoor besproken scherm, maar Eizo stuurde het toch op. De leeftijd uit zich direct in het stroomverbruik, dat gebruik van CCFL-backlights verraadt. Ook de Flexscan SX2762W is op de zakelijke markt gericht, maar wel een wat veeleisender deel. Het kan 97% van de AdobeRGB kleurruimte weergeven en heeft een prijskaartje van maar liefst ruim 1300 euro gemiddeld.

Ook deze Eizo ontbeert VGA- en HDMI-aansluitingen, maar heeft wel een 2-poorts USB 2.0 hub. Toch wat karig voor zo’n prijzig scherm, waar Eizo overigens ook gewoon 5 jaar on-site garantie op geeft. Constructiekwaliteit en kleurechtheid zijn prima en afgezien van contrast en responstijd heeft het scherm geen echt zwakke punten – maar de techniek heeft op het vlak van energiezuinigheid bepaald niet stilgestaan en het verbruik van ruim 100 watt maakt het lastig dit scherm nog aan te raden. Zeker voor thuisgebruik zijn er betere opties, die bovendien duidelijk minder kosten.

Eizo FlexScan SX2762W-BK
Eizo Flexscan SX2762W

Fujitsu P27T-6

Een merk dat ook al een tijdje een WQHD-monitor biedt is Fujitsu. De P27T-6 testten en bespraken we geruime tijd geleden al op onze website, maar het scherm is nog altijd verkrijgbaar, zij het op moment van schrijven meer in het wit dan in het zwart. De gemiddelde prijs van 650 euro maakt het interessant, te meer omdat het grotendeels (97%) de AdobeRGB kleurruimte kan weergeven. Daarmee is het met de (nog amper verkrijgbare) Dell U2711 een interessante optie voor veeleisende beeldbewerkers die niet te veel willen uitgeven.

De keerzijde is een hoger stroomverbruik: ook dit scherm gebruikt CCFL-verlichting en dat zie je terug in een verbruik van zo’n 75 watt. Dat is ruim twee keer zoveel als de Dell U2713HM, het zuinigste scherm in de test. De P27T-6P is voorzien van LED-verlichting en vermoedelijk zuiniger, en bovendien nog wat goedkoper, maar dat scherm konden we helaas nog niet voor een test ontvangen.

Fujitsu biedt riant veel aansluitingen op de P27T-6, waaronder twee HDMI-ingangen. Die zijn niet geschikt om de volledige resolutie binnen te krijgen, dus het nut is beperkt. De vier-poorts USB 2.0 hub is handig, al zouden we tegenwoordig liever 3.0 zien. Zoals gezegd, het is een ouder scherm. De testresultaten zijn verder conform de verwachtingen – het is nog altijd een indrukwekkend scherm. Het hogere stroomverbruik is onze voornaamste reserve.

Fujitsu P27T-6
Fujitsu P27T-6

HP ZR2740W

De HP ZR2740W is een vreemde eend in de bijt. HP positioneert zijn ZR-serie in het zakelijke segment, maar de ZR2740W is qua uitrustig tamelijk karig bedeeld. Zo ontbreken VGA- en HDMI-aansluitingen, is er wel een USB hub, maar in het geheel geen on screen display. In plaats van een menu moet je het doen met piepjes voor een paar basisinstellingen. Daarnaast biedt HP een softwarepakket om de monitor aan te sturen, maar de mogelijkheden daarvan zijn tamelijk basaal, zeker vergeleken met wat sommige andere fabrikanten gewoon in het beeldscherm inbouwen.

Dat zou zo erg nog niet zijn als de ZR2740W beduidend goedkoper was dan de concurrentie, maar dat is hij juist niet, met een gemiddelde prijs die de 800 euro benadert. Er is dan wel een 10-bits paneel toegepast, maar verder dan 77% van het AdobeRGB kleurbereik komt het scherm niet. Getuige onze metingen is kalibratie geen overbodige luxe; standaard staat het scherm veel te helder, wat we ook terugzien in een erg hoog stroomverbruik, zeker voor een scherm met LED-backlight.

De responstijden behoren tot de slechtste in het testveld. Dat is niet het belangrijkste criterium voor deze schermen, maar waar de meeste andere modellen nog wel snel genoeg zijn voor een spelletje, zal je bij de ZR2740W rekening moeten houden met ghosting. Dat hebben we in deze test verder alleen bij de Samsung S27B970D gezien. Bovendien is de kleurtemperatuur veel te hoog, wat resulteert in een blauwzweem over het beeld en zowel de grijswaarde- als de kleurafwijking zijn te hoog. Kortom, we kunnen niet enthousiast worden over dit scherm. Het zit er allemaal wel in, maar je moet nog in de buidel tasten om het eruit te halen – en de prestaties en mogelijkheden van diverse vergelijkbaar geprijsde of zelfs goedkopere modellen worden niet geëvenaard.

HP ZR2740w
HP ZR2740W

Iiyama ProLite XB2776QS-B1

De Iiyama ProLite XB2776QS-B1, die we eerder apart reviewden, is een van de goedkoopste modellen in de test. Iiyama positioneert het zo rond de 500 euro en met een gemiddelde prijs van zo'n 530 euro klopt dat aardig. De behuizing is net zo sober als we doorgaans van Iiyama gewend zijn, hij ziet er wat grof uit. Desondanks zit er een uitstekend IPS-paneel in, dat niet onderdoet voor de vergelijkbaar geprijsde concurrentie.

Het scherm heeft alle aansluitingen die je nodig hebt: DVI, HDMI, DisplayPort en VGA. Ook qua verstelmogelijkheden is het van alle markten thuis, inclusief portretmodus. Alleen een USB hub moet je missen, al zijn dan wel weer speakers in gebouwd.

De XB2776QS komt glansrijk door onze tests, met uitstekende waardes voor kleurechtheid. Ook op andere vlakken presteert het scherm gewoon goed en dat is gezien het prijspunt keurig. Apart vermeldenswaard is dat het stroomverbruik tot de lagere in de test behoort.

Iiyama ProLite XB2776QS-B1
Iiyama ProLite XB2776QS-B1

LG 27EA83

LG Display is hofleverancier van de meeste merken in dit artikel, maar het moest 2013 worden eer LG zelf een hogeresolutiescherm met IPS-paneel introduceerde. Het merk kwam direct met twee modellen: de 27EA83 en de 27EA83R. De laatste beschikt over een iets eenvoudiger paneel, maar konden we voor deze test nog niet ontvangen. De eerste is het topmodel, compleet met een 10-bit (8-bit + A-FRC) paneel met 99% dekking van de AdobeRGB kleurruimte, naar we vermoeden hetzelfde als in de Dell U2713H is toegepast. Daar vraagt LG een lieve duit voor: met zo'n 775 euro als gemiddelde prijs is de 27EA83 met geen mogelijkheid goedkoop te noemen. Dat geldt echter voor alle modellen met deze kleurruimte.

De R-versie is vriendelijker geprijsd, al is het in vergelijking met de concurrentie geen prijsstunter. Ergens hadden we van LG (Electronics) verwacht dat het gebruik zou maken van de nauwe banden met de panelenfabriek om stevig op prijs te concurreren, maar zoveel vrijheid hebben de bedrijfsonderdelen niet om elkaar te bevoordelen. Dell kan vermoedelijk meer WQHD-schermen verkopen dan LG (aangezien het dat al heel wat langer doet), dus het kan groter inkopen dan LG Electronics en dus lagere prijzen bieden. 

Afijn, de 27EA83 is hoe dan ook een indrukwekkend scherm. LG heeft een VGA-aansluiting achterwege gelaten, maar wel in een USB 3.0 hub voorzien. Het design is fraai, maar ons testsample heeft één groot nadeel: er zit te veel beweging in de bevestiging van het paneel aan de voet. Zelfs met een lichte aanraking zwaait het scherm heen en weer: dat verwacht je niet bij een scherm in deze klasse. Echter, sinds de test en oorspronkelijke publicatie heeft LG de constructie van de voet verbeterd, en de recent geproduceerde modellen die we zagen waren gewoon solide. Daarmee is dat bezwaar wat ons betreft uit de wereld.

Het on screen display is bijzonder uitgebreid en biedt de mogelijkheid een tweede bron tegelijk weer te geven met de primaire bron: picture-in-picture. De beeldeigenschappen qua kleurechtheid zijn zeer goed, zoals we zouden verwachten; de kleurafwijking is een van de geringste in de test. Het contrast valt wel wat tegen. Waar dit scherm opmerkelijk goed presteert is in responstijd: met overdrive aan is het de snelste in deze test. Wie snelle games speelt, zal het de meerprijs mogelijk waard zijn. Een nadeel is het relatief hoge stroomverbruik, maar dat ligt altijd wat hoger bij de modellen met grotere kleurruimte, door de vereiste andere achtergrondverlichting.

Iiyama ProLite XB2776QS-B1
LG 27EA83

Philips 272C4QPJKAB & 272P4QPJKEB

Philips weet hoe je de spanning moet opvoeren, want tussen aankondiging van de eerste WQHD-schermen van het merk en het arriveren in ons testlab zat een ongewoon lange periode. Gelukkig was het wachten de moeite waard, al hebben de schermen een naam die we niet direct kunnen waarderen. Voor dit artikel zullen we eraan refereren als de C4 en de P4: de eerste is het consumentenmodel, de tweede het zakelijke exemplaar.

Beide beschikken over een PLS-paneel met 2560x1440 beeldpunten, maar het zijn zeer verschillende schermen. De C4 heeft geen in hoogte verstelbare voet, de P4 wel. Beide hebben DVI, twee keer HDMI en DisplayPort, maar geen VGA. De C4 heeft geen ingebouwde USB hub, de P4 wel. Beide hebben een ingebouwde webcam en luidsprekers, maar de P4 is in hoogte verstelbaar en heeft een portretstand, zaken die ontbreken op de C4. Kijken we naar de prijs, dan kost de P4 gemiddeld zo'n 615 euro, de C4 zo'n 585 euro. Voor die drie tientjes lijkt de keuze eenvoudig, want geen van beide schermen is echt duur te noemen.

Toch is de beslissing wat minder simpel dan het lijkt, want bij de testresultaten blijkt de C4 aanmerkelijk betere reactietijden te hebben, zowel met als zonder overdrive. Ook het contrast en de gammawaarde zijn beter. De P4 is echter in alle andere opzichten de betere monitor, met betere kleurechtheid, betere kijkhoeken, een betere kleurtemperatuur. Hij is ook zuiniger. Voor de meeste gebruikers zouden we dus de 272P4QPJKEB aanraden, een bijzonder complete monitor met uitstekende testresultaten. De 272C4PJKAB is beslist niet slecht, maar biedt relatief weinig voor zijn prijs als je vergelijkt met de completer uitgeruste concurrentie. Sowieso is het ons een raadsel waarom consumenten volgens monitorfabrikanten geen in hoogte verstelbare voet nodig zouden hebben, maar het prijsverschil is gewoon te klein. Voor rond de 500 euro zou de C4 een grotere aanrader zijn.

Philips 272C4QPJKAB
Philips 272C4QPJKAB

Philips 272P4QPJKEB
Philips 272P4QPJKEB

Samsung Series 9 S27B970D

Samsung ontwikkelde een eigen IPS-tegenhanger, PLS ofwel Plane-Line-Switching. De werking is zeer vergelijkbaar en de karakteristieken dus ook. Samsung is met twee schermen in deze test vertegenwoordigd, maar die verschillen dermate van elkaar dat we ze apart bespreken. De S27B970D is het paradepaardje van het Koreaanse bedrijf, dat voor topmodellen de ‘Series 9’ heeft gereserveerd.

De S27B970D ziet er bijzonder uit, met een metalen voet en glanzend paneel. Het straalt luxe uit, wat ook wel mag gezien de gemiddelde prijs van zo'n 900 euro. Ondanks dat bedrag is dit het enige model in de test dat niet beschikt over een portretstand of een Vesa-bevestiging. Ook is het het enige model met een niet-mat scherm, dankzij de glasplaat die voor het paneel is geplaatst. Wel is er een USB hub.

De testresultaten laten een uitstekend beeld zien, met bijna perfecte kleurtemperatuur, grote kijkhoeken en een prima contrast. Een minpunt is dat de responstijden niet overhouden, maar kleurechtheid, grijswaarde-afwijking en gamma zijn dan weer uitstekend. Kortom, een superlatief scherm, maar wel een met een erg hoog prijskaartje – hoe mooi de S27B970D er ook uit ziet, als je vergelijkbare eigenschappen voor 400 euro minder in huis kan halen, moet je wel érg veel van stijlvol ontwerp houden. Feitelijk reduceert de prijs het scherm tot een 'executive toy': jammer.

Samsung Series 9 S27B970D
Samsung Series 9 SB27B970D

Samsung SyncMaster S27A850D

De SyncMaster S27A850D was het eerste WQHD-scherm dat we in ons lab verwelkomden, dat geen gebruik maakte van een IPS-paneel. Geen wonder, want Samsung gebruikt uiteraard liever geen componenten van de grootste concurrent. De S27A850D beschikt over een plane line switching ofwel PLS-paneel, dat technisch vrijwel dezelfde eigenschappen heeft als IPS. Deze monitor is duidelijk een zakelijk model, met een sobere vormgeving en een externe voeding, die aan de achterzijde vastgezet kan worden.

Met een gemiddelde prijs van ruim 650 euro is het niet het duurste model in de test, maar ook niet het goedkoopste. Dat was bij introductie anders, toen was het een van de voordeligere opties – maar sinds we het scherm in 2011 op onze website bespraken, is het een en ander gebeurd.

Toch is de S27A850D nog altijd een uitstekend scherm. Qua aansluitingen mist het VGA en HDMI, maar DVI en DisplayPort zijn wel aanwezig, evenals een USB 3.0 hub. Het contrast behoort tot de beste en ook zonder overdrive actief is de responstijd erg goed voor een scherm van dit type. Een zwak punt is de relatief hoge minimale helderheid, ook de gammawaarde is aan de hoge kant. De grijsafwijking is vermoedelijk mede hierdoor ook relatief hoog; de kleurechtheid is daarentegen weer prima. Het zou niet onze eerste keuze zijn voor beeldbewerking, maar als all-round scherm is het nog altijd een goede optie, met een gemiddeld stroomverbruik.

Samsung S27A850D
Samsung SyncMaster S27A850D

Testresultaten helderheid en contrast

Zoals altijd testen we WQHD-monitoren zoals ze uit de doos komen.

Helderheid max.

De maximale helderheid is van belang om te weten of je voldoende ziet in een omgeving met veel licht. De eenheid waarin we die noteren is candela per vierkante meter ofwel cd/m², voorheen ook wel als 'nit' bekend. Als vuistregel geldt dat 200 candela per vierkante meter volstaat, voor kantooromgevingen wordt tegenwoordig meestal 250 cd/m² aangehouden.

Helderheid min.

De minimale helderheid is een goede indicatie voor hoe contrastrijk het scherm is. Een eenvoudig sommetje leert immers dat een afname van het minimale niveau (bijvoorbeeld 0,1 cd/m²) een veel hoger effect heeft op de contrastratio dan een even grote toename van het maximale niveau. Omdat TFT-panelen altijd werken met een 'lichtbak' die door de matrix met beeldpunten heenschijnt, is een absoluut nulniveau bijna niet te bereiken. Alleen VA-modellen komen daarbij dicht in de buurt. IPS heeft relatief gezien het meeste moeite met het licht afsluiten.

Helderheid uniformiteit

De helderheid uniformiteit geeft aan hoe gelijkmatig een paneel verlicht wordt. We delen het scherm op in een aantal zones en meten de helderheid. De vermelde waarde is de helderheid van het minst heldere deel, als percentage van het helderste deel. Waardes boven de 75% zijn acceptabel, vanaf 80% rekenen we het als 'goed' en boven de 85% is erg goed. 

Contrast (transverse)

Een redelijk representatieve meting van het contrast is de transversemeting, waarbij gelijktijdig een wit vlak in een zwart venster wordt weergegeven.

Contrast (checkerboard)

We doen meerdere contrastmetingen, maar de belangrijkste (want moeilijkste en meest realistische) is de checkerboard-test. Dit blijft een achilleshiel van IPS-schermen.

Testresultaten helderheid onder kijkhoek

De helderheid onder een kijkhoek zegt iets over de beeldkwaliteit wanneer het scherm niet recht van voren wordt bekeken. TN-panelen verkleuren altijd in meerdere of mindere mate, IPS- en VA-schermen hebben daar veel minder last van. De helderheid neemt altijd af, ongeacht de paneeltechniek. Horizontaal zijn waardes boven de 47% goed en boven de 50% zeer goed, verticaal zijn waardes boven de 10% redelijk, boven de 15% goed en boven de 20% erg goed.

Helderheid onder kijkhoek 45 graden horizontaal

Niet geheel toevallig voeren de drie modellen met een 10-bits AH-IPS paneel hier het veld aan.

Helderheid onder kijkhoek 45 graden verticaal van boven

Verticaal van boven is de HP ZR2740W overtuigend de beste - de verticale kijkhoeken zijn een positief punt van dit scherm, dat op andere punten helaas teveel laat liggen.

Helderheid onder kijkhoek 45 graden verticaal van onderen

Ook verticaal van onderen bezien is de ZR2740W de beste.

Testresultaten kleurtemperatuur & kleurechtheid

De kleurweergave beoordelen we aan de hand van een aantal aspecten. Belangrijk om te weten is, dat door middel van kalibratie altijd veel te verbeteren is. Echter, bij het merendeel van de beeldschermen gaat het dan om kalibratie van het videosignaal, in combinatie met de monitor. Het aantal beeldschermen dat in hardware gekalibreerd kan worden is erg klein en deze modellen zijn significant duurder. Om die reden is het niet zinvol beeldschermen te kalibreren voor een test. In plaats daarvan meten we of en in welke mate een monitor middels kalibratie te verbeteren valt. Daarbij gaan we uit van de sRGB-kleurruimte.

Native kleurtemperatuur

We kijken hoe dicht we zonder kalibratie de 6500 K kunnen benaderen, een kleurtemperatuur die wordt beschouwd als het meest geschikt voor dagelijks gebruik en een die dicht met die van daglicht overeenkomt. Hierbij moeten we opmerken dat we de kleurtemperatuur tot dusver meten bij 100% helderheid, maar dat bepaalde backlights dan duidelijk in het nadeel zijn en snel een te hoge temperatuur laten zien (boven de 7000 K). In de regel is de kleurtemperatuur beter bij een lagere helderheid, wat in de praktijk realistischer is.

Afwijking van ideale kleurtemperatuur

Het verschil laat zich duidelijker uitlezen met deze grafiek.

Afwijking van ideale greyscale gamma

De ideale greyscale gammawaarde is 2,2; hier zie je het verschil in afwijking tussen de testdeelnemers.

Kleur en greyscale tracking

De grijswaarde en kleurafwijkingen dienen onder de 3 te zijn om niet met het menselijk oog waarneembaar te zijn, maar waardes onder de 5 zijn ook al erg goed.

Testresultaten reactietijd en input lag

Reactiesnelheid is de aanduiding voor hoe snel pixels van kleur kunnen veranderen. Een waarde minder dan 16 milliseconden is vereist om voldoende te scoren, onder de 10 is goed, onder de 5 is uitzonderlijk goed. We hebben minder modellen getest met overdrive actief, dus het vergelijkingsmateriaal is daar wat beperkt. De 20%-80%-20% test is lastiger en telt dus zwaarder mee.

Testresultaten energieverbruik

Het stroomverbruik van monitoren is de laatste jaren sterk verbeterd. Verbruikte een 27-inch scherm uit 2008 nog ruim 80 watt, anno 2013 meten we een verbruik dat ruimschoots de helft lager ligt. Voor WQHD-modellen geldt wel dat deze wat meer verbruiken. Hoe kleiner de beelddiagonaal, des te lager het verbruik. Omdat TFT-beeldschermen feitelijk altijd verlicht zijn, verschilt het stroomverbruik tussen een volledig wit en een volledig zwart beeld niet heel veel. Dynamische verlichting kan van invloed zijn, maar werkt meestal dermate slecht dat we het niet zouden adviseren.

Wel van belang om te weten is dat IPS- en VA-monitoren meer stroom verbruiken bij het weergeven van wit beeld, maar dat de tot dusver meest gebruikte TN-techniek juist bij zwart beeld het meeste verbruikt. Daarnaast is het van belang dat de EU voorschrijft dat monitoren (en veel andere elektrische apparatuur) die vanaf 1 januari 2013 in de markt belanden niet meer dan 0,5 watt in stand-by mogen verbruiken, waar dat in 2012 nog 1 watt was.

Conclusie

Er valt tegenwoordig echt iets te kiezen als je een hogeresolutiescherm zoekt, zolang het maar 27-inch is met een resolutie van 2560x1440. Bovenal kunnen we stellen dat op dit moment geen enkel scherm een echt slechte keuze is. Sterker: ieder van de geteste monitoren behoort tot de absolute topklasse als je het vergelijkt met de gehele markt. Het enige om rekening mee te houden is de prijs en of de zaken waarvoor een meerprijs wordt gevraagd, voor je van belang zijn.

De Iiyama XB2776QS-B1 liet zien dat een uitstekend WQHD-scherm voor onder de 500 euro prima mogelijk is. Een Bronze Award zou gezien de prijs-prestatieverhouding al op zijn plaats zijn, maar de prestaties maken er Silver van. Die award is er ook voor de ASUS PB278Q, een uitstekend scherm met handige extra’s en een redelijke prijs. De Fujitsu P27T-6 beloonden we eerder met een Silver Award en die blijft staan: het is een van de goedkoopste schermen met 97% AdobeRGB dekking en dus een voordelige keus voor beeldspecialisten. Ook de Samsung S27A850D blijft een erg goede keuze, zeker voor wie wel eens een spelletje speelt. Philips liet ons lang wachten op de 272P4QPJKEB (de P4, weet je nog), maar het is wel een dijk van een scherm geworden. De compleetheid en alleszins redelijke prijs resulteert in een zilveren plak.

Goud is er ook. In de eerste plaats voor de Dell U2713HM, een van de beste schermen in dit topsegment en bovendien het zuinigste. Die laatste eigenschap tilt het scherm van zilver naar goud. Helaas maken we ons wel enige zorgen om de geruchten met problemen die diverse gebruikers hebben gemeld, maar als vermoedelijk meest verkochte WQHD-scherm van dit moment is de kans groot dat hier ten minste deels sprake is van het fenomeen 'hoge bomen vangen veel wind'. De U2713H is een uitstekende keuze voor fotobewerkers met 99% dekking van AdobeRGB en een prijs die in dat segment nog meevalt: ook goed voor een Gold Award. LG’s eerste WQHD-scherm is indrukwekkend en waardeerden we aanvankelijk slechts met zilver vanwege de minder solide voet, maar dat probleem is inmiddels de wereld uit en een Gold Award is dan op zijn plaats. We vermoeden dat voor wie niet intensief in de weer is met fotobewerking, de nog te testen R-uitvoering nog wel eens interessanter zou kunnen zijn. De laatste ontvanger van goud is ASUS, dat met de PA279Q een superlatief en bijzonder compleet scherm levert, waar je dan ook de hoofdprijs voor betaalt - maar nog altijd aanzienlijk minder dan voor een exemplaar van een van de 'klassieke' pro-merken, terwijl de geboden kwaliteit er niet voor onder doet.

ASUS PA279Q
Dell U2713H
Dell U2713HM
LG 27EA83-D
ASUS PB278Q
Fujitsu P27T-6
Iiyama XB2776QS-B1
Philips 272P4QPJKEB
Samsung S27A850D

Besproken producten

Vergelijk alle producten

Vergelijk  

Product

Prijs

Gold Award Asus PA279Q ProArt

Asus PA279Q ProArt

  • 27 inch
  • 2560x1440
  • 109 ppi
  • IPS / PLS / AHVA
  • HDMI
  • DisplayPort
  • AdobeRGB
  • 6 ms
  • 350 cd/m²
  • 1000 : 1

636,82 €

5 winkels
Silver Award Asus PB278Q

Asus PB278Q

  • 27 inch
  • 2560x1440
  • 109 ppi
  • IPS / PLS / AHVA
  • HDMI
  • DisplayPort
  • 5 ms
  • 300 cd/m²
  • 1000 : 1
Niet verkrijgbaar
Gold Award Dell UltraSharp U2713H

Dell UltraSharp U2713H

  • 27 inch
  • 2560x1440
  • 109 ppi
  • IPS / PLS / AHVA
  • HDMI
  • DisplayPort
  • AdobeRGB
  • 6 ms
  • 350 cd/m²
  • 1000 : 1
Niet verkrijgbaar
Gold Award Dell UltraSharp U2713HM

Dell UltraSharp U2713HM

  • 27 inch
  • 2560x1440
  • 109 ppi
  • IPS / PLS / AHVA
  • HDMI
  • DisplayPort
  • 8 ms
  • 350 cd/m²
  • 1000 : 1
Niet verkrijgbaar
Eizo EV2736W Black

Eizo EV2736W Black

  • 27 inch
  • 2560x1440
  • 109 ppi
  • IPS / PLS / AHVA
  • DisplayPort
  • 6 ms
  • 300 cd/m²
  • 1000 : 1
Niet verkrijgbaar
Eizo FlexScan SX2762W-BK

Eizo FlexScan SX2762W-BK

  • 27 inch
  • 2560x1440
  • 109 ppi
  • IPS / PLS / AHVA
  • DisplayPort
  • AdobeRGB
  • 6 ms
  • 270 cd/m²
  • 850 : 1
Niet verkrijgbaar
Silver Award Fujitsu P27T-6

Fujitsu P27T-6

  • 27 inch
  • 2560x1440
  • 109 ppi
  • IPS / PLS / AHVA
  • HDMI
  • DisplayPort
  • AdobeRGB
  • 6 ms
  • 350 cd/m²
  • 20000 : 1

1.104,73 €

1 winkel
HP ZR2740w

HP ZR2740w

  • 27 inch
  • 2560x1440
  • 109 ppi
  • IPS / PLS / AHVA
  • DisplayPort
  • 12 ms
  • 380 cd/m²
  • 1000 : 1
Niet verkrijgbaar
Silver Award Iiyama ProLite XB2776QS-B1

Iiyama ProLite XB2776QS-B1

  • 27 inch
  • 2560x1440
  • 109 ppi
  • IPS / PLS / AHVA
  • HDMI
  • DisplayPort
  • 5 ms
  • 350 cd/m²
  • 1000 : 1
Niet verkrijgbaar
Gold Award LG 27EA83-D

LG 27EA83-D

  • 27 inch
  • 2560x1440
  • 109 ppi
  • IPS / PLS / AHVA
  • HDMI
  • DisplayPort
  • AdobeRGB
  • 5 ms
  • 350 cd/m²
  • 1000 : 1
Niet verkrijgbaar
Philips 272C4QPJKAB

Philips 272C4QPJKAB

  • 27 inch
  • 2560x1440
  • 109 ppi
  • IPS / PLS / AHVA
  • HDMI
  • DisplayPort
  • 6 ms
  • 300 cd/m²
  • 1000 : 1
Niet verkrijgbaar
Silver Award Philips 272P4QPJKEB

Philips 272P4QPJKEB

  • 27 inch
  • 2560x1440
  • 109 ppi
  • IPS / PLS / AHVA
  • HDMI
  • DisplayPort
  • 12 ms
  • 300 cd/m²
  • 1000 : 1
Niet verkrijgbaar
Silver Award Samsung S27A850D

Samsung S27A850D

  • 27 inch
  • 2560x1440
  • 109 ppi
  • IPS / PLS / AHVA
  • DisplayPort
  • 5 ms
  • 300 cd/m²
  • 1000 : 1
Niet verkrijgbaar
Samsung Series 9 S27B970D

Samsung Series 9 S27B970D

  • 27 inch
  • 2560x1440
  • 109 ppi
  • IPS / PLS / AHVA
  • HDMI
  • DisplayPort
  • 5 ms
  • 285 cd/m²
  • 1000 : 1
Niet verkrijgbaar
0
*