20 IPS monitoren review: IPS voor iedereen

21 reacties
Inhoudsopgave
  1. 1. Inleiding
  2. 2. IPS en PLS
  3. 3. Testveld en test
  4. 4. Verstelmogelijkheden en aansluitingen
  5. 5. Helderheid en contrast
  6. 6. Testresultaten helderheid en contrast
  7. 7. Testresultaten helderheid onder kijkhoek
  8. 8. Kleurweergave en kleurechtheid
  9. 9. Testresultaten kleurtemperatuur & kleurechtheid
  10. 10. Responstijden
  11. 11. Testresultaten reactietijd en input lag
  12. 12. Stroomverbruik
  13. 13. Testresultaten energieverbruik
  14. 14. Conclusie
  15. 15. Besproken producten
  16. 16. Reacties

Inleiding

Wie op zoek was naar een beeldscherm had lange tijd maar twee opties: een betaalbaar model met een TN-paneel, of een extreem duur exemplaar met een IPS-paneel. De laatste jaren zijn IPS-beeldschermen fors in prijs gedaald en tegenwoordig is er weinig prijsverschil meer met TN. Genoeg reden om eens twintig van deze betaalbare IPS-monitoren naast elkaar te zetten.

Voordat we overgaan naar de test, gaan we nog even kort in op de verschillende paneeltechnieken. Waarom besteden we specifiek aandacht aan IPS? Naast de al genoemde technologieën TN (Twisted Nematic) en IPS (In Plane Switching) zijn er uiteraard nog heel wat meer technieken. De meeste daarvan zijn een afgeleide van de genoemde twee; alleen VA (Vertical Alignment) is duidelijk anders. Schermen met die technologie hebben doorgaans de beste contrastverhouding, omdat de VA-techniek het meeste licht kan tegenhouden van het backlight. Daardoor is de zwartwaarde het best, met als resultaat een uitstekend contrast. Deze technologie heeft ook een aantal nadelen: hij verbruikt wat meer stroom, heeft relatief trage responstijden en bij bekijken onder een hoek treedt zichtbare kleurverschuiving op, zij het veel minder dan bij TN. We zien weinig consumentenschermen met VA-technologie, al zijn ze er zeker wel. Onder andere Samsung introduceerde recent een mainstream consumentenmodel monitor op VA-basis, de al door ons besproken LS24C750. Ook BenQ en Iiyama hebben een behoorlijk aanbod met deze techniek.

Dell UltraSharp 2005FPW
De Dell UltraSharp 2005FPW was in 2006 een van de nog net voor consumenten bereikbare IPS-monitoren

In dit artikel gaan we echter specifiek in op IPS, dat vooral vanwege de lagere responstijden de voorkeur heeft van de meeste kopers die een alternatief zoeken voor TN-gebaseerde beeldschermen. De belangstelling voor een alternatief wordt veroorzaakt door het feit dat weliswaar snelle TN-panelen de nodige nadelen hebben. Afgezien van hun voornaamste pluspunt van korte responstijden, doen ze het maar heel matig op het gebied van kleurweergave. Dat is een extra probleem omdat de kleurweergave van TN-panelen niet constant is: bekijk je ze onder een hoek, dan is een zeer duidelijke kleurverschuiving zichtbaar. Wit wordt geel, dan wel blauw, afhankelijk van de kijkhoek. Met name de verticale kijkhoek is gering, waarmee we bedoelen dat als je niet loodrecht op het scherm kijkt, er al snel kleurverschuivingen en afname van helderheid zichtbaar kunnen zijn. Als je dus regelmatig een beetje gaat verzitten, zie je dat direct bij de echt slechte modellen. De verticale kijkhoek is bij mainstream beeldschermen de laatste jaren bovendien eerder afgenomen dan toegenomen. Dit probleem wordt verder verergerd doordat de meeste consumentenbeeldschermen niet in hoogte verstelbaar zijn en een ideale kijkhoek daardoor soms niet eens mogelijk is, althans niet zonder het scherm op een stapel telefoonboeken of pakken printpapier te zetten.

Het sterkste punt van IPS is juist dat de kleurweergave constant blijft ongeacht de kijkhoek. Nu 24-inch beeldschermen gemeengoed zijn en 27-inch modellen steeds goedkoper en dus populairder worden, is dat extra van belang. De hoeken van een scherm bekijk je immers per definitie vanuit een scherpere hoek dan het midden – hoe verder ze van je verwijderd zijn, hoe groter de afwijking. Bij IPS treedt weliswaar ook een helderheidsafname op bij een niet-loodrechte kijkhoek, maar die is doorgaans kleiner. De kleuren blijven bovendien constant.

IPS en PLS

IPS is een uitvinding afkomstig uit het Duitse Fraunhofer instituut, maar ook Hitachi heeft de nodige IPS-patenten. Het is echter het Koreaanse LG dat via dochterbedrijf LG Display panelen verkoopt aan zo ongeveer ieder beeldschermmerk in de Nederlandse markt en echt furore maakt met IPS de laatste jaren.

Alleen de grote concurrent uit hetzelfde land, Samsung, neemt geen IPS-panelen (meer) af. Dat ontwikkelde een eigen tegenhanger die wordt aangeduid als PLS, wat staat voor Plane Line Switching. Deze werkt in grote lijnen op exact dezelfde manier als IPS en de fysieke eigenschappen en testresultaten van IPS en PLS-schermen zijn dan ook zeer vergelijkbaar. Voor dit artikel testten we twee modellen met een AD-PLS paneel, een goedkopere variant die uit wat minder lagen bestaat. Van IPS zijn er vergelijkbare varianten. De eerste generaties betaalbare IPS-monitoren beschikten over een eIPS-paneel, tegenwoordig is het AH-IPS wat de klok slaat.

Deze laatste generatie panelen uit de LG Display fabriek hebben opvallende kenmerken, waardoor beeldschermen die hiervan gebruikmaken veelal vrij eenvoudig te herkennen zijn. Ze beschikken namelijk over een relatief brede onderrand, maar vrijwel onzichtbare randen aan de zijkanten en bovenkant. Dat wil niet zeggen dat het beeld doorloopt tot die dunne rand: ongeveer een centimeter van het zichtbare paneel wordt rondom niet gebruikt. Helaas zien we nog altijd af en toe afbeeldingen van deze modellen waarin beeld getoond wordt dat doorloopt tot de bezel, maar dat is dus het werk van een slecht geïnformeerde grafisch vormgever, of een overenthousiaste marketingafdeling. Ook LG zelf adverteerde korte tijd met dergelijke afbeeldingen, maar is daar gelukkig snel mee gestopt.

PLS-panelen zien we veel minder terug bij andere merken dan IPS. Voor deze test stuurde alleen Samsung modellen in met zo’n paneel. Onder andere ASUS en Philips hebben monitoren met PLS in hun assortiment, maar die zijn beduidend duurder dan de modellen die we in deze test hebben meegenomen. Je leest er meer over in onze recente test van 27-inch WQHD-monitoren met een resolutie van 2560x1440: mooie producten, maar wel een andere prijsklasse.

Het voornaamste voordeel van IPS en PLS hebben we al genoemd: de kleuren veranderen niet, wanneer je het scherm niet vanuit een loodrechte hoek bekijkt. Daarnaast worden deze technieken gekenmerkt door een relatief grote helderheid. Het voornaamste nadeel, is dat de minimale helderheid (oftewel het diepste zwart) aan de hoge kant is. De pixels kunnen het achtergrondlicht nog heel aardig blokkeren als ze allemaal op zwart mogen, maar wanneer tegelijk lichte en donkere delen weergegeven moeten worden, valt dat wat tegen. Dat resulteert in nog wel goede maximale contrastwaardes, maar mindere resultaten bij veeleisender transverse en checkerboard-metingen.

Het verschil tussen TN en IPS is in deze opstelling heel duidelijk.
Het verschil tussen TN en IPS is in deze opstelling heel duidelijk.

Testveld en test

Voor dit artikel testten we 20 op het moment van schrijven goed verkrijgbare beeldschermen met een Full HD-resolutie van 1920x1080 pixels en een beelddiagonaal van 22 tot 24 inch. De criteria voor deelname waren een prijs onder de 200 euro en een IPS of PLS-paneel. De laagst geprijsde deelnemer is de LG Flatron 22EA53VQ-P, die al te koop is voor zo'n 120 euro, en kijkend naar de gemiddelde prijs ook met zo'n 140 euro. Het loont de moeite om rond te kijken voor je tot aankoop overgaat, want de prijzen lopen enorm uiteen. We voegden één scherm toe dat eigenlijk uit een duurder segment afkomstig is: de HP ZR2330w. Die was een stuk duurder, maar ligt qua prijs inmiddels dicht genoeg in de buurt van de rest van het testveld.

De meeste merken zijn vertegenwoordigd in de test, LG als IPS-specialist zelfs met vijf modellen. Grote afwezige is ASUS, dat wel in dit segment vertegenwoordigd is, maar geen scherm kon aanleveren. Ook BenQ ontbreekt, dit merk heeft geen IPS-beeldscherm in dit prijssegment en zet hier meer in op VA-techniek. Eizo, Fujitsu en NEC richten zich op hogere prijssegmenten in de zakelijke markt en hebben dan ook geen modellen in deze prijsklasse met IPS-techniek.

Schermen met een 22-inch (eigenlijk: 21,5”) diagonaal, vertegenwoordigd met vijf exemplaren, zijn verder niet per se goedkoper dan grotere modellen, al vallen de goedkoopste vier wel alle in de kleinere klasse. De meeste modellen zijn groter, niet in de laatste plaats omdat veel fabrikanten geen exemplaren voor test beschikbaar willen stellen uit de lagere prijsklasse. Dat is niet zo gek, want 22-inch full hd panelen zijn door hun hogere pixeldichtheid vermoedelijk amper goedkoper dan 23 en 24-inch varianten. De marge op een instapmonitor ligt dan ook lager. Toch kan een 22-inch scherm best interessant zijn: de pixels zijn wat kleiner, maar de werkruimte is gelijk, terwijl ze minder ruimte op je bureau innemen. Wil je meerdere schermen gebruiken, dan zijn 22-inch modellen soms handiger.

Voor de test zijn alle beeldschermen getest met onze standaardtestopstelling, een MicroVision SS220 voor beeldkwaliteitsanalyse en een aparte opstelling met een oscilloscoop waarmee we de responstijden meten. Daarnaast meten we de input lag, waarbij we het vergelijken met een CRT-beeldscherm. Het merendeel van de beeldschermen is daarnaast doorgemeten met de SpectraCal CALman 5 software en een X-Rite i1 Display Pro colorimeter. Deze combinatie is nauwkeuriger dan onze standaardopstelling, die we dan ook gaan uitfaseren. Voor dit artikel was het nog niet mogelijk alle testdeelnemers met de nieuwe opstelling door te meten, waardoor we van een aantal schermen die data niet hebben en terugvallen op de resultaten van de oude opstelling.

Zoals gezegd lopen de prijzen van de testdeelnemers uiteen, maar de onderlinge verschillen zijn niet heel groot. Om die reden behandelen we de modellen niet afzonderlijk, maar gaan we in op verschillen en overeenkomsten in het testveld op basis van een aantal overkoepelende aspecten.

Verstelmogelijkheden en aansluitingen

Voor een goede ergonomische positie dient de bovenrand van het scherm op gelijke hoogte met de ogen uit te komen. Met een standaardvoet is dat vrijwel nooit het geval. Een monitorstand of aparte steun is dan vereist. Slechts vijf van de 20 modellen in deze test zijn in hoogte verstelbaar. Die modellen beschikken ook over een portretstand, waarmee het scherm 90 graden gedraaid kan worden. Dat is handig voor web browsen, lange documenten en programmeertoepassingen. De schermen met die functie zijn de Dell U2212HM en U2312HM, de HP ZR2330w, de Iiyama XB2380HS en de LG IPS231P.

Dell UltraSharp U2312HM Black
Rotatie naar portretstand is best handig, al is de getoonde instelling niet per se ergonomisch verantwoord ;-)

Voor de aanvoer van beeld beschikken alle schermen over een VGA (D-Sub15) aansluiting. Dat is uiteraard verre van ideaal voor een hoge resolutie, maar mocht je even een netbook of oudere PC zonder digitale uitgang willen aansluiten, dan kan dat. Digitaal heeft uiteraard de voorkeur. Hiervoor beschikken 16 van de 20 modellen over HDMI-ingangen. De vier modellen zonder zo’n aansluiting zijn de Dell U2212HM en U2312HM, de HP ZR2330w en de LG IPS231P. Die modellen hebben wel alle een DVI-aansluiting, die we terugvinden op 11 van de 20 schermen. Zes exemplaren hebben twee HDMI-ingangen, handig om bijvoorbeeld een tweede computer, game console, settopbox of digitale (video-)camera aan te sluiten. Dit zijn de drie modellen van AOC, de Acer S235HLBmii, de LG IPS237L en de Philips Blade 2. DisplayPort is nog altijd zeldzaam, al zien we deze aansluiting bij vijf schermen: wederom beide Dell UltraSharp-modellen, de AOC i2269Vm en i2369Vm en de HP ZR2330w.

Wat andere aansluitingen betreft zien we weinig voorzieningen. Slechts drie modellen in de test hebben een ingebouwde USB hub (de Dell UltraSharps en de HP ZR2330w), zes monitoren hebben ingebouwde luidsprekers. Het zijn geen essentiële voorzieningen, maar handig is het wel.

Helderheid en contrast

Alle schermen in de test zijn IPS-panelen van zeer vergelijkbare kwaliteit, op twee na. Beide Samsung-modellen zijn voorzien van een AD-PLS paneel. Alle panelen gebruiken LED-lampen als verlichting. Toch loopt de maximale helderheid van de panelen flink uiteen, van 200 cd/m² voor de Dell U2212HM tot ruim 300 cd/m² voor de LG Flatron 24EA53VQ-P. Dat geldt ook voor de minimale helderheid, waar we 0,01 cd/m² meten voor de LG IPS231L-BN en maar liefst 0,30 cd/m² voor de Philips Blade 2 239C4QHSB. Daarbij moeten we wel opmerken dat LG dynamische achtergrondverlichting toepast en bij het genoemde model het backlight zelfs geheel uitzet wanneer een zwart beeld getoond wordt. Ook de helderheidsverdeling varieert behoorlijk, van een matige 72% voor de AOC i2369Vm tot een uitstekende 88% voor de LG Flatron 22EA53VQ-P. Het merendeel van de schermen, 13 stuks, heeft echter een goede waarde boven de 80%.

De variatie in helderheid en helderheidsverdeling is deels een kwestie van afstelling. Een lagere maximale helderheid betekent doorgaans ook een betere zwartwaarde en onder de streep een beter contrast. Een te gelijkmatige uniformiteit kan het contrast echter weer negatief beïnvloeden. Het is dus een balanceerkwestie, die bij sommige modellen beter is geslaagd dan bij andere. Dat is te zien in de contrastwaardes. Daarvoor kijken we primair naar de transverse en checkerboard-metingen. Bij de eerste toont het scherm een wit vlak in een zwart vlak, bij de tweede een dambordpatroon van witte en zwarte vlakken. De eerste test gaat met name de Acer S235HLBmii erg goed af, we meten een contrast van 1035:1. Ook de Iiyama XB2380HS en de Dell U2212HM scoren boven de 1000:1. Onderaan de grafiek treffen we de AOC i2367Fh, de LG 24EA53VQ-P en de Samsung S22B350T. De AOC i2269Vm liet een nog lagere waarde noteren, maar daarbij moeten we opmerken dat dit scherm de nodige kuren had op onze MicroVision testopstelling. Gemeten met de i1 Display Pro colorimeter scoorde dit scherm juist erg goed. Ook de Samsung S22B350T vertoonde wisselende resultaten met de oude opstelling. Mogelijk zorgt de aansturing van de LED backlight hiervoor. We hebben voor beide modellen de beste gemeten waardes genoteerd.

Contrast is hoe dan ook niet het sterke punt van IPS-schermen, dat laat ook de checkerboard-meting zien. Het hoogst gemeten contrast is dan 299:1 voor de Philips Blade 2; het laagste 209:1 voor de Dell U2312HM en de HP ZR2330w. Onder de streep komt het erop neer dat je deze beeldschermen beter niet in direct invallend licht kan gebruiken, ondanks de soms hoge maximale helderheid. Zolang je daarmee rekening houdt, is het contrast van alle modellen afdoende. De verschillen zijn niet groot genoeg om een model specifiek op dit punt te verkiezen.

Testresultaten helderheid en contrast

Zoals altijd testen we monitoren zoals ze uit de doos komen.

Helderheid max.

De maximale helderheid is van belang om te weten of je voldoende ziet in een omgeving met veel licht. De eenheid waarin we die noteren is candela per vierkante meter ofwel cd/m², voorheen ook wel als 'nit' bekend. Als vuistregel geldt dat 200 candela per vierkante meter volstaat, voor kantooromgevingen wordt tegenwoordig meestal 250 cd/m² aangehouden.

Helderheid min.

De minimale helderheid is een goede indicatie voor hoe contrastrijk het scherm is. Een eenvoudig sommetje leert immers dat een afname van het minimale niveau (bijvoorbeeld 0,1 cd/m²) een veel hoger effect heeft op de contrastratio dan een even grote toename van het maximale niveau. Omdat TFT-panelen altijd werken met een 'lichtbak' die door de matrix met beeldpunten heenschijnt, is een absoluut nulniveau bijna niet te bereiken. Alleen VA-modellen komen daarbij dicht in de buurt.

De zeer lage waardes van de IPS237L-BN en de IPS231P-BN van LG worden behaald doordat deze modellen het backlight dimmen, dan wel uitschakelen, wanneer een 'zwart' signaal wordt uitgestuurd. Deze waardes zijn dus niet representatief voor normaal gebruik.

Helderheid uniformiteit

De helderheid uniformiteit geeft aan hoe gelijkmatig een paneel verlicht wordt. We delen het scherm op in een aantal zones en meten de helderheid. De vermelde waarde is de helderheid van het minst heldere deel, als percentage van het helderste deel. Waardes boven de 75% zijn acceptabel, vanaf 80% rekenen we het als 'goed' en boven de 85% is erg goed. 

De meeste modellen doen het hier prima, maar de grotere AOC-schermen en de HP-modellen vallen wat tegen.

Contrast (checkerboard)

We doen meerdere contrastmetingen, maar de belangrijkste (want moeilijkste en meest realistische) is de checkerboard-test.

Testresultaten helderheid onder kijkhoek

De helderheid onder een kijkhoek zegt iets over de beeldkwaliteit wanneer het scherm niet recht van voren wordt bekeken. TN-panelen verkleuren altijd in meerdere of mindere mate, IPS- en VA-schermen hebben daar veel minder last van. De helderheid neemt altijd af, ongeacht de paneeltechniek. Horizontaal zijn waardes boven de 47% goed en boven de 50% zeer goed, verticaal zijn waardes boven de 10% redelijk, boven de 15% goed en boven de 20% erg goed.

Helderheid onder kijkhoek 45 graden horizontaal

Helderheid onder kijkhoek 45 graden verticaal van boven

Bij de verticale kijkhoeken is het verschil tussen de top-4 en de rest erg goed zichtbaar. Een aantal schermen laat hier zien dat IPS niet altijd garant staat voor goede kijkhoeken...

Helderheid onder kijkhoek 45 graden verticaal van onderen

Kleurweergave en kleurechtheid

We meten de standaardkleurtemperatuur zoals de beeldschermen uit de doos komen, tenzij er een sRGB-modus is. In dat geval meten we de kleurtemperatuur in die stand. Voor normaal gebruik is een temperatuur van 6500 Kelvin ideaal. Een afwijking tot 500 Kelvin is niet al te serieus, meer dan dat zorgt voor een duidelijk kleurzweem. De AOC i2369Vm, Acer S235HLBmii en Iiyama X2377HDS scoren alle onder de 100K afwijking, wat erg goed is. De LG IPS231P, Dell S2340L, HP 23xi en HP 22xi wijken alle ruim meer dan 500K af, waardoor we die niet primair voor beeldbewerking zouden aanraden. De Samsung S23B350T heeft een afwijking van ruim 900K en is hierdoor niet geschikt voor beeldbewerking zonder kalibratie.

Verder kijken we naar de kleurechtheid van de schermen. Die stellen we vast aan de hand van een DeltaE-meting op basis van de CIE 1976 en de CIE 1994 normen. Laatstgenoemde test konden we niet op alle modellen uitvoeren, maar geen van de monitoren vertoont een erg grote kleurafwijking – dat is bij een test met TN-modellen wel anders. De grijswaarde afwijking geeft al een goede indicatie voor de kleurechtheid en die is bij alle modellen, uitgezonderd de Philips Blade 2, onder de 5. Een waarde onder de 3 houdt in dat afwijkingen niet meer met het menselijk oog waarneembaar zijn, maar dat halen slechts 8 van de 20 modellen. Kijken we naar de accuratere CIE 1994 metingen, dan zien we dat de LG IPS237L, AOC i2367Fh, Dell U2212HM, HP23xi, Samsung S22B350T en de LG 23EA63-V zeer goed scoren qua grijswaarde. Qua kleurweergave doen de geteste modellen het nog beter, slechts een paar modellen komen boven de 3 uit.

Een laatste indicatie met betrekking tot de kleurweergave is het gamma, dat idealiter gemiddeld op 2,2 moet uitkomen. Dat is alleen bij de Dell U2212HM exact het geval, maar de LG IPS237L en Acer S235HLBbmii komen daar ook extreem dichtbij in de buurt. Bij de AOC i2360Vm, i2269Vm, HP ZR2330w en LG 24EA53VQ-P is de gamma-afwijking aan de hoge kant, met detailverlies in lichte delen, dan wel schaduwen als gevolg.

Testresultaten kleurtemperatuur & kleurechtheid

De kleurweergave beoordelen we aan de hand van een aantal aspecten. Belangrijk om te weten is, dat door middel van kalibratie altijd veel te verbeteren is. Echter, bij het merendeel van de beeldschermen gaat het dan om kalibratie van het videosignaal, in combinatie met de monitor. Het aantal beeldschermen dat in hardware gekalibreerd kan worden is erg klein en deze modellen zijn significant duurder. Om die reden is het niet zinvol beeldschermen te kalibreren voor een test. In plaats daarvan meten we of en in welke mate een monitor middels kalibratie te verbeteren valt. Daarbij gaan we uit van de sRGB-kleurruimte.

Voor deze metingen maken we gebruik van de CALman software van SpectraCal, in combinatie met een X-rite i1 Display Pro colorimeter.

Native kleurtemperatuur

We kijken hoe dicht we zonder kalibratie de 6500 K kunnen benaderen, een kleurtemperatuur die wordt beschouwd als het meest geschikt voor dagelijks gebruik en een die dicht met die van daglicht overeenkomt.

Afwijking van ideale kleurtemperatuur

De afwijking van de meeste modellen valt best mee - een afwijking van 500K hoger of lager is niet enorm problematisch, daarboven wordt het verschil wel snel zichtbaar - maar het verschil tussen de beste en de minste is toch niet gering.

Afwijking van ideale greyscale gamma

De afwijking van de ideale greyscale gammawaarde van 2,2 is bij een flink deel van de geteste modellen te groot.

Kleurechtheid

De grijswaarde afwijking op basis van de CIE 1976 standaard is voor alle modellen behoorlijk klein, al is een afwijking kleiner dan 4 wenselijk.

Bij meting volgens de CIE 1994 norm met de Calman software (niet alle modellen konden we hier al mee testen) blijkt wederom dat de kleurechtheid overwegend goed is - vergeet niet dat deze schermen instap- en midrangemodellen zijn qua prijs, vergelijkbaar met TN-exemplaren, die hier in de regel een stuk slechter scoren.

Ook de kleurafwijking op basis van CIE 1994 is goed, slechts vier modellen scoren hoger dan 3. In de praktijk kan je stellen dat hoewel deze schermen niet de beste optie zijn voor semi-professionele beeldbewerking, ze voor huis- tuin- en keuken beeldbewerking ruimschoots voldoende bieden.

Responstijden

Pixels die snel van kleur kunnen wisselen zijn traditioneel niet het sterke punt van IPS-schermen. Ook de modellen in deze test kunnen de competitie met snelle TN-schermen niet aan. Echter, de meeste TN-panelen in deze prijsklasse zijn evenmin snel te noemen: we zien dat panelen met echt lage responstijden gereserveerd worden voor duurdere uitvoeringen, vaak specifiek op gamers gericht. Desalniettemin lijkt de markt gevuld met ‘2 ms’ en ‘5 ms’ beeldschermen, al maakt men het wat minder bont met deze selectie IPS-modellen. Die worden overwegend als ‘5 ms’ aangeduid, maar er zijn ook uitschieters naar 6, 8 en in een enkel geval zelfs 14 ms. Voor de consument is de boodschap duidelijk: deze modellen hebben wat langzamere pixels. Maar hoe snel zijn ze nu echt?

Om dat te bepalen meten we met een oscilloscoop hoe snel pixels wisselen tussen twee kleuren. We meten daarbij twee transities en tellen die bij elkaar op. Sommige panelen wisselen namelijk sneller van donker naar licht (‘rise’), terwijl andere sneller zijn met licht naar donker (‘fall’). Fabrikanten vermelden niet op welke meting ze hun opgave baseren, wij wel. We meten van geheel zwart naar geheel wit en terug (0%-100%-0%), en van lichtgrijs naar donkergrijs en terug (20%-80%-20%). Die laatste overgang is lastiger voor panelen om snel te doen, omdat overdrive-technieken hier minder effectief zijn.

Niet alle modellen beschikken over een overdrive-circuit en bij een aantal staat dat standaard aan. Als we een maximale reactietijd van 16 ms voor een dubbele beeldwisseling aanhouden als minimum, valt een zevental beeldschermen af op basis van de 0%-100%-0% meting: de LG IPS231P is erg traag met 26,8 ms, maar ook de Philips Blade 2, Iiyama X2377HDS, Dell U2212HM, LG 22EA53VQ, en de Dell U2312HM zijn niet de beste keuze voor games met snelle beeldwisselingen, zeker niet als je gevoelig bent voor naijleffecten. Betrekken we ook de 20%-80%-20% metingen, dan blijkt dat overdrive ook hier best effectief kan zijn. Alleen de Dell U2212HM en de HP ZR2330w laten waardes boven de 16 ms noteren. De LG 23EA63V-P en de IPS237L, alsmede de Dell S2340L onderscheiden zich hier positief met tijden onder de 10 ms.

Uiteraard betekent dit niet dat de tragere schermen niet geschikt zijn voor games. Er zijn voldoende genres waarbij naijleffecten niet zo snel zullen voorkomen, dan wel minder zullen storen. Liefhebbers van de snelste first person shooters kunnen wellicht beter naar een model met een TN-paneel kijken, maar anderen kunnen anno 2013 prima goede kleurweergave en fatsoenlijke responstijden in één monitor vinden.

Testresultaten reactietijd en input lag

Reactiesnelheid is de aanduiding voor hoe snel pixels van kleur kunnen veranderen. Een waarde minder dan 16 milliseconden is vereist om voldoende te scoren, onder de 10 is goed, onder de 5 is uitzonderlijk goed. We hebben minder modellen getest met overdrive actief, dus het vergelijkingsmateriaal is daar wat beperkt. De 20%-80%-20% test is lastiger en telt dus zwaarder mee.

Stroomverbruik

IPS-beeldschermen verbruiken, in tegenstelling tot TN-modellen, het meeste stroom bij weergave van een volledig wit beeld. Het verschil met het verbruik van een geheel zwart beeld is overigens klein, hooguit enkele watts. Dell heeft al eerder laten zien veel aandacht te besteden aan dit aspect van haar monitoren en ook in deze test valt op dat de S2340L aanzienlijk minder verbruikt dan de rest van het testveld. De U2312HM is ook erg zuinig, opmerkelijk genoeg is dat minder het geval bij de 22-inch uitvoering. De Samsung S22B350T, Iiyama X2377HDS, LG IPS231P en de Philips Blade 2 verbruiken alle meer dan 30 watt bij weergave van een geheel wit scherm. Op jaarbasis is het verschil niet groot genoeg om er je beslissing vanaf te laten hangen.

Dat geldt ook voor het standby-verbruik, dat uiteenloopt van 0,2 watt tot 0,6 watt in het geval van de LG IPS237L. De Europese norm schrijft sinds januari 2013 een maximum van 0,5 watt voor.

Testresultaten energieverbruik

Het stroomverbruik van monitoren is de laatste jaren sterk verbeterd. Verbruikte een 27-inch scherm uit 2008 nog ruim 80 watt, anno 2013 meten we een verbruik dat ruimschoots de helft lager ligt. Hoe kleine de beelddiagonaal, des te lager het verbruik. Omdat TFT-beeldschermen feitelijk altijd verlicht zijn, verschilt het stroomverbruik tussen een volledig wit en een volledig zwart beeld niet heel veel. Dynamische verlichting kan van invloed zijn, maar werkt meestal dermate slecht dat we het niet zouden adviseren.

Wel van belang om te weten is dat IPS- en VA-monitoren meer stroom verbruiken bij het weergeven van wit beeld, maar dat de tot dusver meest gebruikte TN-techniek juist bij zwart beeld het meeste verbruikt. Daarnaast is het van belang dat de EU voorschrijft dat monitoren (en veel andere elektrische apparatuur) die vanaf 1 januari 2013 in de markt belanden niet meer dan 0,5 watt in stand-by mogen verbruiken, waar dat in 2012 nog 1 watt was.

Alleen het scherm van Iiyama heeft meetbare input lag.

Conclusie

Het goede nieuws is dat geen enkel model in de test gebreken vertoont, die ervoor zorgen dat we het regelrecht zouden afraden. Een aantal modellen steekt er bovenuit als aanrader. Om te beginnen met de luxere exemplaren met in hoogte verstelbare voet. Deze kosten iets meer, maar het ergonomisch voordeel is de meerprijs naar onze mening waard. Van de vijf modellen met deze voorziening zijn de Iiyama ProLite XB2380HS en de Dell UltraSharp U2312HM onze favorieten. De eerste is geschikter voor games en beloonden we eerder met een Silver Award, die we hierbij bevestigen. De tweede is superieur qua kleurweergave en kijkhoek, en heeft bovendien DisplayPort en een USB hub aan boord. Alleen het contrast verhindert een Gold Award, dus ook de U2312HM ontvangt zilver. Het 22-inch model kunnen we minder aanbevelen, zowel gezien de prestaties als gezien de vrijwel identieke prijs.

Het goedkoopste model in de test is de LG Flatron 22EA53VQ-P. Dit scherm springt er qua prestaties nergens extreem positief uit, maar heeft feitelijk ook geen echte minpunten, al zouden we het voor games niet aanraden. Voor gemiddeld nog geen 140 euro een uitstekende keus, die de gelijkgeprijsde Samsung SyncMaster S22B350 ver achter zich laat. De AOC i2269Vwm kost gemiddeld twee tientjes meer, maar is ook al vanaf zo’n 120 euro te vinden. Dat is erg weinig geld voor een zeer compleet scherm met een uitstekende kleurweergave. Zoek je een betaalbaar scherm voor beeldbewerking, dan zou dit je eerste keus moeten zijn. Zowel de LG 22EA53VQ-P als de AOC i2269Vwm ontvangen een Bronze Award.

Wil je ook snellere games spelen op je IPS-scherm, dan is de LG 23EA63V-P de beste keuze: de responstijden zijn goed en ook de overige testresultaten zijn goed tot zeer goed. Net als de LG IPS237L-B belonen we dit scherm met een Silver Award. Die is er ook voor de AOC i2367Fh, vanwege de zeer hoge kleurechtheid en goede overige testresultaten. De fraai vormgegeven en uitstekend presterende Acer S235HLBbmii ontvangt ook een Silver Award.

Acer S235HLBbmii
AOC i2367Fh
Dell UltraSharp U2312HM
Iiyama ProLite XB2380HS
LG 23EA63V-P
AOC i2269Vwm
LG 22EA53VQ-P

Besproken producten

Vergelijk alle producten

Vergelijk  

Product

Prijs

Silver Award Acer S235HLBbmii

Acer S235HLBbmii

  • 23 inch
  • 1920x1080
  • 96 ppi
  • IPS / PLS / AHVA
  • HDMI
  • 6 ms
  • 250 cd/m²
  • 1000 : 1
Niet verkrijgbaar
AOC i2269vwm

AOC i2269vwm

  • 21.5 inch
  • 1920x1080
  • 102 ppi
  • IPS / PLS / AHVA
  • HDMI
  • DisplayPort
  • 5 ms
  • 250 cd/m²
  • 1000 : 1
Niet verkrijgbaar
Silver Award AOC I2367Fh

AOC I2367Fh

  • 23 inch
  • 1920x1080
  • 96 ppi
  • IPS / PLS / AHVA
  • HDMI
  • 5 ms
  • 250 cd/m²
  • 1000 : 1
Niet verkrijgbaar
AOC i2369Vm

AOC i2369Vm

  • 23 inch
  • 1920x1080
  • 96 ppi
  • IPS / PLS / AHVA
  • HDMI
  • DisplayPort
  • 6 ms
  • 250 cd/m²
  • 1000 : 1
Niet verkrijgbaar
Dell S2340L

Dell S2340L

  • 23 inch
  • 1920x1080
  • 96 ppi
  • IPS / PLS / AHVA
  • HDMI
  • 14 ms
  • 250 cd/m²
  • 1000 : 1
Niet verkrijgbaar
Gold Award Dell UltraSharp U2212HM

Dell UltraSharp U2212HM

  • 21.5 inch
  • 1920x1080
  • 102 ppi
  • IPS / PLS / AHVA
  • DisplayPort
  • 8 ms
  • 250 cd/m²
  • 1000 : 1
Niet verkrijgbaar
Silver Award Dell UltraSharp U2312HM Black

Dell UltraSharp U2312HM Black

  • 23 inch
  • 1920x1080
  • 96 ppi
  • IPS / PLS / AHVA
  • DisplayPort
  • 8 ms
  • 300 cd/m²
  • 1000 : 1
Niet verkrijgbaar
HP 22xi

HP 22xi

  • 21.5 inch
  • 1920x1080
  • 102 ppi
  • IPS / PLS / AHVA
  • HDMI
  • 7 ms
  • 250 cd/m²
  • 1000 : 1
Niet verkrijgbaar
HP 23xi

HP 23xi

  • 23 inch
  • 1920x1080
  • 96 ppi
  • IPS / PLS / AHVA
  • HDMI
  • 7 ms
  • 250 cd/m²
  • 1000 : 1
Niet verkrijgbaar
HP ZR2330w

HP ZR2330w

  • 23 inch
  • 1920x1080
  • 96 ppi
  • IPS / PLS / AHVA
  • DisplayPort
  • 14 ms
  • 250 cd/m²
  • 1000 : 1
Niet verkrijgbaar
Iiyama ProLite X2377HDS-B1

Iiyama ProLite X2377HDS-B1

  • 23 inch
  • 1920x1080
  • 96 ppi
  • IPS / PLS / AHVA
  • HDMI
  • 5 ms
  • 250 cd/m²
  • 1000 : 1
Niet verkrijgbaar
Silver Award Iiyama ProLite XB2380HS-B1

Iiyama ProLite XB2380HS-B1

  • 23 inch
  • 1920x1080
  • 96 ppi
  • IPS / PLS / AHVA
  • HDMI
  • 5 ms
  • 250 cd/m²
  • 1000 : 1
Niet verkrijgbaar
Silver Award LG Flatron 22EA53VQ-P

LG Flatron 22EA53VQ-P

  • 21.5 inch
  • 1920x1080
  • 102 ppi
  • IPS / PLS / AHVA
  • HDMI
  • 5 ms
  • 250 cd/m²
  • 5000 : 1
Niet verkrijgbaar
Silver Award LG Flatron 23EA63V-P

LG Flatron 23EA63V-P

  • 23 inch
  • 1920x1080
  • 96 ppi
  • IPS / PLS / AHVA
  • HDMI
  • 5 ms
  • 250 cd/m²
  • 1000 : 1
Niet verkrijgbaar
LG Flatron 24EA53VQ-P

LG Flatron 24EA53VQ-P

  • 24 inch
  • 1920x1080
  • 92 ppi
  • IPS / PLS / AHVA
  • HDMI
  • 5 ms
  • 250 cd/m²
  • 5000 : 1
Niet verkrijgbaar
LG IPS231P-BN

LG IPS231P-BN

  • 23 inch
  • 1920x1080
  • 96 ppi
  • IPS / PLS / AHVA
  • 5 ms
  • 250 cd/m²
  • 5000000 : 1
Niet verkrijgbaar
Silver Award LG IPS237L-BN

LG IPS237L-BN

  • 23 inch
  • 1920x1080
  • 96 ppi
  • IPS / PLS / AHVA
  • HDMI
  • 5 ms
  • 250 cd/m²
  • 1000 : 1
Niet verkrijgbaar
Philips Blade 2 239C4QHSB

Philips Blade 2 239C4QHSB

  • 23 inch
  • 1920x1080
  • 96 ppi
  • IPS / PLS / AHVA
  • HDMI
  • 7 ms
  • 250 cd/m²
  • 1000 : 1
Niet verkrijgbaar
Samsung SyncMaster S22B350T

Samsung SyncMaster S22B350T

  • 21.5 inch
  • 1920x1080
  • 102 ppi
  • IPS / PLS / AHVA
  • HDMI
  • 5 ms
  • 250 cd/m²
  • 1000 : 1
Niet verkrijgbaar
Samsung SyncMaster S23B350T

Samsung SyncMaster S23B350T

  • 23 inch
  • 1920x1080
  • 96 ppi
  • IPS / PLS / AHVA
  • HDMI
  • 5 ms
  • 250 cd/m²
  • 1000 : 1
Niet verkrijgbaar
0
*