9x 21:9 monitoren review: de breedte in!

22 reacties
Inhoudsopgave
  1. 1. Inleiding
  2. 2. Techniek: overeenkomsten te over
  3. 3. AOC q2963Pm
  4. 4. ASUS Designo MX299Q
  5. 5. ASUS PB298Q
  6. 6. Dell UltraSharp U2913WM
  7. 7. LG 29EA93-P
  8. 8. LG 29EA73-P
  9. 9. LG 29EB73-P
  10. 10. NEC EA294WMi
  11. 11. Philips 298P4QJEB
  12. 12. Testresultaten helderheid en contrast
  13. 13. Testresultaten helderheid onder kijkhoek
  14. 14. Testresultaten kleurtemperatuur & kleurechtheid
  15. 15. Testresultaten reactietijd en input lag
  16. 16. Testresultaten energieverbruik
  17. 17. Conclusie
  18. 18. Besproken producten
  19. 19. Reacties

Inleiding

Het jaar 2013 mag de geschiedenisboeken in als het jaar waarin beeldschermen na lange tijd stilstand op Full HD-resolutie, eindelijk weer een nieuwe stap maakten. Halverwege vorig jaar bespraken we al een groot aantal zogenaamde WQHD-monitoren met 2560x1440 pixels, dit keer is het segment van 2560x1080 pixels tellende beeldschermen aan bod. We testten er negen.

Het formaat van de hier besproken 29-inch schermen is tamelijk uitzonderlijk, de verhouding is namelijk 21:9. Dat is aanmerkelijk breder dan de 16:9-verhouding van Full HD (en WQHD en Ultra HD), maar de verticale ruimte is identiek aan die van de conventionele resolutie. Het komt ongeveer overeen met het superbreedbeeld bioscoopformaat, 2,39:1.

Gebruiksdoelen

Daarmee is één gebruiksdoel voor deze schermen direct duidelijk: beeldvullende weergave van films in dit formaat, zonder zwarte balken. Uiteraard levert dat enige uitdagingen op. Zo is de resolutie van een Blu-ray film in dit formaat ongeveer 1920x804 – ingezoomd naar 2560x1072 pixels verdwijnen de zwarte balken vrijwel geheel, maar daarmee ook vaak de daarin getoonde ondertitels. Moderne Blu-ray spelers en software hebben tegenwoordig vaak een mogelijkheid om het beeld (en/of de ondertitels) verticaal te herpositioneren, maar niet altijd. Zoek je dus een scherm als dit voor films, dan is dat iets om rekening mee te houden. Daarnaast is het dus belangrijk te weten dat je het beeld oprekt als je het inzoomt om geen zwarte balken te zien: écht ‘scherper’ wordt het niet.

Het tweede gebruiksdoel voor deze klasse beeldschermen is, opmerkelijk genoeg, games. Opmerkelijk, omdat alle schermen in deze test zonder uitzondering beschikken over een AH-IPS paneel, en die technologie is niet ideaal voor games. De TN-techniek heeft nog altijd veel kortere reactietijden, waarmee zelfs 120 Hz weergave mogelijk is. IPS is inmiddels veelal snel genoeg om onder alle omstandigheden 60 Hz te garanderen, maar het dubbele is nog buiten bereik. Toch kiezen veel gamers voor een 21:9 scherm. De grotere breedte maakt in de meeste moderne games een grotere kijkhoek op de spelwereld mogelijk: je ziet dus meer, als het spel dat toestaat. Mooi voor RPG’s, space simulaties en race games, en een potentieel tactisch voordeel voor first person shooters. Een website die hier veel aandacht aan besteed is Wide Screen Gaming Forum, een bezoekje waard als je van games houdt en je een scherm als hier besproken overweegt.

Een tweede reden dat 21:9-schermen voor gamers aantrekkelijk zijn, is dat het aantal pixels weliswaar hoger ligt dan Full HD (2.764.800 versus 2.073.600 ofwel ongeveer 33% meer beeldpunten), maar niet zó veel hoger, dat een veel zwaardere grafische kaart vereist is. Bij WQHD-schermen, die met 2560x1440 pixels ongeveer 77% meer beeldruimte om aan te sturen bieden, is dat wel het geval. Een scherm zoals hier besproken biedt daarnaast een betere kleurweergave en kijkhoeken (waarover verderop meer), door de gebruikte paneeltechniek.

Beide 2560-resoluties zijn overigens op de standaard schermformaten niet hoog genoeg om anti-aliasing overbodig te maken. Waar WQHD-schermen vooralsnog altijd 27" in diagonaal meten, zijn de 21:9-schermen in dit artikel alle maar liefst 29" groot.

Een derde gebruiksdoel vernemen we regelmatig uit de praktijk, maar wekt ook onze verbazing. Voor het bewerken van digitale video met een tijdlijn is de extra breedte uiteraard heel geschikt. Een tijdlijn past dan ook uitstekend in een 21:9 scherm – maar naar onze mening dan het beste gecombineerd met een apart scherm voor invoer en uitvoer videopreview-vensters. Twee boven elkaar geplaatst zou daarvoor uitstekend werken, met een gecombineerde resolutie van 2560x2160. Daar hangt dan wel een stevig prijskaartje aan – voor een wat lager bedrag haal je een 30" 2560x1600 scherm in huis. Combineren met een voordeliger ‘standaard’ 16:9-scherm kan uiteraard ook. Voor videobewerken met één scherm is een WQHD-scherm naar onze mening de betere keuze: dezelfde horizontale werkruimte, maar verticaal nog 2560x360 pixels extra.

Techniek: overeenkomsten te over

Op dit moment is er maar één fabrikant (voor zover we hebben kunnen achterhalen) van 21:9-panelen, LG Display. Het zal dan ook niet verrassen dat LG als eerste een scherm in dit segment had, de 29EA93-P, al volgden diverse andere partijen vrij vlot met aankondigingen. Het duurde de nodige tijd eer alle ons lab bereikten, maar inmiddels konden we 9 modellen aan de tand voelen. Daarbij is LG het beste vertegenwoordigd, want dat kon al een tweede generatie aanbieden in de vorm van twee modellen, de 29EA73-P en de 29EB73-P – maar het eerste exemplaar van het merk wordt op moment van schrijven ook nog volop aangeboden en nemen we dus mee in dit artikel.

Ook Asus is met twee schermen vertegenwoordigd, de MX299 en de PB298Q. Philips stuurde een van de twee 21:9-modellen in het gamma op, de 298P4QJEB, zusterbedrijf AOC leverde de q2963Pm aan. Dell heeft eveneens een 21:9-model opgenomen in de UltraSharp-reeks, de U2913WM en de laatste deelnemer is afkomstig van NEC, in de vorm van de EA294WMi.

Alle schermen hebben een formaat van 29-inch, resolutie van 2560x1080 beeldpunten en een LED-verlicht AH-IPS-paneel. Hoewel alle modellen hetzelfde paneel gebruiken, zijn er wel verschillen in de gebruikte scaler, waardoor aansluitingen, mogelijkheden en besturing ook van elkaar afwijken.

Testmethode

Alle schermen zijn getest met een MicroVision SS220 colorimeter, en een X-Rite iDisplay 1 colorimeter in combinatie met SpectraCal CALman 5. Daarnaast zijn de testdeelnemers onderworpen aan een responstijdtest met behulp van een oscilloscoop en een input lag test waarbij vergeleken wordt met een beeldbuismonitor. De testonderdelen zijn zaken als helderheid en contrast, de kleurtemperatuur en hoe dicht die de gewenste 6500K benadert, de snelheid waarmee de pixels van kleur veranderen en het stroomverbruik. Omdat alle testdeelnemers over hetzelfde paneel beschikken, zijn de onderlinge verschillen op veel punten gering, maar ook zijn duidelijke afwijkingen te constateren.

Uniformiteit

Een zwak punt van alle 21:9 monitoren blijkt de uniformiteit te zijn, ofwel de gelijkmatigheid van de achtergrondverlichting. Deze bepalen we door de helderheid op een aantal punten te vergelijken met de gemeten waarde in het midden van het scherm. De laagst gemeten waarde noteren we en die is in de meeste gevallen zo’n 75%. De schermen van Philips en dat van AOC springen er met 79 en 78% respectievelijk positief uit, maar waardes onder de 80% zijn niet echt goed te noemen. Dell biedt een kalibratiemogelijkheid, die in een hogere waarde resulteert, maar dat gaat ten koste van de maximale helderheid en het contrast. De vorm van het scherm maakt het vermoedelijk lastig om een effectievere diffuser aan te brengen voor een meer gelijkmatige verlichting. Dit kenmerk is wel iets om rekening mee te houden indien je met beeldbewerking aan de slag gaat.

AOC q2963Pm

De AOC q2963Pm is de goedkoopste deelnemer in de test. Je hebt hem al voor minder dan 390 euro, de gemiddelde prijs op moment van schrijven is nog geen 440 euro. Toch is het scherm van alle gewenste aansluitingen voorzien, en de behuizing en voet zien er in ieder geval opvallend uit. In hoogte verstelbaar is het niet, een USB hub is niet aanwezig. Wel zijn er ingebouwde speakers en een picture-in-picture functie. Die laatste voorziening is voor een groot scherm als dit beslist handig, maar niet op alle modellen aanwezig.

Het scherm van AOC valt op met een opmerkelijk grote horizontale kijkhoek. De verticale kijkhoeken vallen voor een IPS-scherm tegen, maar dat geldt voor alle modellen in deze test – kennelijk een eigenschap van het paneel. AOC blijft duidelijk achter qua maximale helderheid, de q2963Pm komt niet verder dan ruim 200 cd/m². Het contrast blijft daardoor steken op een matige 800:1. De standaard kleurtemperatuur is met meer dan 8000 Kelvin veel te hoog, waardoor kleuren te blauw ogen. De gemiddelde grijswaarde afwijking is met 5,7 aan de hoge kant, de kleurafwijking is met 3,1 weliswaar niet enorm, maar wel de hoogste in de test. Met overdrive aan zijn de responstijden net voldoende om de 60 fps-norm te halen, maar het houdt niet over. Het stroomverbruik is dan wel weer het laagste van de test, al liggen de resultaten hier niet genoeg uit elkaar om het verschil te bepalen.

AOC q2963Pm

ASUS Designo MX299Q

ASUS brengt zijn designmonitoren onder in de MX-lijn en de MX299Q valt daar dan ook onder. De niet in hoogte verstelbare voet is uitgevoerd in verchroomd metaal, dat het scherm samen met zijn dunne omlijsting een luxe uitstraling geeft. De gemiddelde prijs is met 482 euro een paar tientjes hoger dan de goedkoopste modellen, maar de laagste prijs in de Hardware.Info Prijsvergelijker is op het moment van schrijven 412 euro. Net als bij de meeste exemplaren in de test is een VGA-ingang afwezig. Hier kunnen we niet rouwig om zijn; de native resolutie is te hoog om zonder storing over een analoge kabel weer te geven. Met DVI, DisplayPort en HDMI is de MX299Q prima voorzien. Picture-in-picture is niet beschikbaar, maar wel ASUS’ eigen OSD-functies, waaronder een raster om schermen mee te rangschikken en diverse modi, waaronder een voor games. De HDMI-ingang ondersteunt MHL en er zijn twee bovengemiddeld goede speakers ingebouwd.

De kleurtemperatuur is met ruim 7300 Kelvin aan de hoge kant, maar de gemiddelde grijswaarde- en kleurafwijking zijn met respectievelijk 2,3 en 1,7 uitstekend. Ook het contrast is prima, al blijft het bij de checkerboard-test aan de lage kant. De responstijden zijn eveneens uitstekend, ruimschoots voldoende voor alle doeleinden, behalve als je serieus veeleisende games speelt. Als je dat soort games speelt, kies je vermoedelijk sowieso niet voor een IPS-paneel. Het stroomverbruik is niet uitzonderlijk hoog of laag, maar valt binnen de geldende normen.

Asus MX299Q

ASUS PB298Q

De tweede deelnemer van ASUS is de meer zakelijk ingestelde PB298Q (de B staat voor Business). Dit model is wel in hoogte verstelbaar en kan zelfs in portretstand geroteerd worden, al is het nut van een 1080x2560 scherm voor veel doeleinden beperkt. Ook dit model heeft geen ingebouwde USB hub en ook ingebouwde luidsprekers ontbreken. Alle aansluitingen met uitzondering van VGA zijn aanwezig. Ook de PB298Q is voorzien van ASUS QuickFit en Splendid Video presets.

De kleurtemperatuur is ook bij dit scherm aan de hoge kant, maar de kleurechtheid is uitstekend: de grijswaardeafwijking bedraagt 2,7, de kleurafwijking 1,7. Het scherm heeft een erg hoge maximale helderheid, van belang voor hel verlichte kantoortuinen. Daardoor is de minimale helderheid echter aan de hoge kant, wat resulteert in een wat laag contrast in de checkerboard contrasttest. De responstijden zijn zeer laag; door de bank genomen is de PB298Q het snelste scherm in de test. Het stroomverbruik is vergelijkbaar met de rest van de modellen in de test. Dat wil zeggen dat het in stand-by netjes laag is. Gecombineerd met de prettig lage gemiddelde prijs van net geen 480 euro (hij staat al onder de 450 euro in de Hardware.Info Prijsvergelijker) is het een uitstekende keuze voor wie relatief voordelig in breedbeeld wil gamen.

Asus PB298Q

Dell UltraSharp U2913WM

Dell levert de U2913WM in de karakteristieke UltraSharp-vormgeving, zwart met zilveren accenten en een in hoogte verstelbare voet. Zoals wel vaker met modellen in deze lijn zijn de prijzen in onze Prijsvergelijker aanmerkelijk lager dan bij Dell zelf, waardoor je dit scherm op moment van schrijven al voor net iets meer dan 400 euro kan kopen. De gemiddelde prijs ligt met 455 euro een stuk hoger, maar binnen het testveld is het nog altijd aan de lage kant. Dell integreert een USB 3.0 hub en picture-in-picture modus, evenals alle denkbare aansluitingen.

Het merk kalibreert zijn UltraSharp-modellen en dat is te merken aan de testresultaten van de U2913WM. De kleurtemperatuur benadert van alle modellen in de test de ideale 6500K het meest, terwijl de helderheid de hoogste is, evenals het zwartniveau. Het resulterende contrast is het beste in de test en dat geldt ook voor de kleurechtheid. De uniformiteit is ondermaats (zie kader) maar kan wel verbeterd worden, al gaat dat ten koste van het contrast. Wij zouden dat wel adviseren. De responstijden zijn voldoende, maar niet de eerste reden om het scherm te kopen. De complete functionaliteit en gunstige prijs, alsmede de goede kleurweergave zijn dat wel. Alleen het stroomverbruik is net wat bovengemiddeld, maar niet afwijkend genoeg om een minpunt te zijn.

Dell UltraSharp U2913WM

LG 29EA93-P

De eerste 21:9 monitor die we testten was afkomstig van LG, dat als onderdeel van hetzelfde concern als LG Display uiteraard als eerste kon beschikken over de nieuwe panelen. Als eerste model had het ook nog wat kinderziektes, waaronder een onverwacht hoge input lag, maar die is sindsdien in de firmware gecorrigeerd. Nu de 29EA93 is opgevolgd door de twee hierna besproken modellen, die bovendien goedkoper zijn, is dit eerste exemplaar mogelijk niet het meest interessant, maar het wordt nog breed aangeboden en er is weinig mis mee. Het design is sowieso fraai, met een elegante, ranke voet. LG laat de VGA-aansluiting weg, maar voegt wel een tweede HDMI-aansluiting toe, naast DVI en Display Port.

Het was niet mogelijk dit scherm te testen met onze MicroVision-opstelling, maar uiteraard hebben we het wel getest op helderheid, contrast, responstijd, kleurweergave en input lag. Het contrast van de 29EA93 is relatief laag, maar nog altijd afdoende – de maximale helderheid is wat lager dan bij de concurrentie. Grijswaarde- en kleurafwijking zijn uitstekend. Met overdrive actief is het een van de snelste modellen in de test qua responstijd, en nu de input lag niet meer buitensporig hoog is, is dit model ook een prima keuze voor wie graag een spelletje speelt. Desalniettemin onderscheidt het zich niet echt van de ‘modernere’ modellen, dus het is met name interessant als je het in een aanbieding tegenkomt.

LG 29EA93-P

LG 29EA73-P

Op de valreep ontvingen we van LG de twee opvolgers van de 29EA93-P. De goedkopere van de twee is de 29EA73, die niet in hoogte verstelbaar is. Wel is het voorzien van een USB hub en picture-in-picture modus. Ook speakers zijn ingebouwd. Qua aansluitingen is het scherm van alle gewenste opties voorzien, alleen VGA ontbreekt. De gemiddelde prijs van 485 euro is een van de lagere in het testveld.

De testresultaten zijn goed, maar niet uitzonderlijk. De kleurtemperatuur is een minpunt, die staat veel te hoog afgesteld, met een blauwzweem tot gevolg. De kleurwaarde-afwijking is met 2,7 prima, maar de grijswaardeafwijking is met 4,6 eigenlijk te hoog. Het contrast is goed, maar niet uitzonderlijk. Met overdrive aan zijn de responstijden uitstekend, van input lag is geen sprake. Het stroomverbruik is gemiddeld, maar in stand-by te hoog: 1,2 watt. Al bij al een prima scherm, maar de kleurweergave is gezien de sterke concurrentie en de gemiddelde prijs toch een reden dat we hem niet als eerste aanbevelen.

LG 29EA73-P

LG 29EB73-P

Het tweede nieuwe model van LG is wel in hoogte verstelbaar – de B in de naam duidt denkelijk een zakeljke bestemming aan. De gemiddelde prijs ligt hierdoor wel wat hoger, met gemiddeld zo’n 520 euro. Dat is echter nog altijd schappelijk gezien de gemiddelde prijsstelling in deze test. Net als het eenvoudigere model beschikt de 29EB73 over ingebouwde luidsprekers en een USB 3.0 hub. Ook de selectie aansluitingen is identiek.

De testresultaten zijn overwegend iets beter dan die van de 29EA73. De kleurtemperatuur is met ruim 7100K nog altijd te hoog, maar nog wel acceptabel. Het contrast is wat lager, veroorzaakt door een iets hoger zwartniveau. De grijswaardeafwijking is met 3,3 ook iets te hoog, maar minder dan bij het goedkopere familielid. De kleurafwijking is met 2,2 prima. Zonder overdrive is het paneel opmerkelijk genoeg wat langzamer dan dat van de 29EA73, maar met overdrive aan is het net als dat model ruimschoots voldoende voor een game. Van input lag is ook hier geen sprake.

LG 29EB73-P

NEC EA294WMi

NEC heeft het randloze paneel van LG in een dikker frame gevat. De EA294WMi is gemiddeld het duurste scherm in de test met een prijs van net geen 615 euro, maar het is ook het meest degelijke. De voet is misschien niet heel elegant, maar wel extreem solide. Het paneel kan zelfs roteren op de voet, al is het nut daarvan beperkt. Aan de andere kant, de EA294WMi is duidelijk op de zakelijke markt gericht en daar zijn allicht meer toepassingen te vinden voor een hoog, verticaal paneel. Een USB hub is geïntegreerd, evenals een stel luidsprekers. Alle denkbare aansluitingen zijn aanwezig, inclusief VGA.

De testresultaten zijn goed, maar niet uitzonderlijk. De minimale helderheid is aan de hoge kant, met een relatief laag contrast tot gevolg. De gemiddelde kleurafwijking is met 6,2 duidelijk te hoog, de grijswaardeafwijking tikt net de grens van 3 nog niet aan. Met overdrive aan zijn de responstijden prima, maar we meten ook 16 ms input lag. Het stroomverbruik is het hoogste in de test, en in stand-by komt het op 0,8 watt – eigenlijk te hoog. Dankzij de uitgebreide instelmogelijkheden kan de EA294Wmi absoluut perfect gekalibreerd worden, maar het valt wat tegen dat NEC het scherm uit de doos niet wat beter afstelt.

NEC EA294WMi Black

Philips 298P4QJEB

Philips heeft het standaardontwerp van het paneel aangehouden, zij het dat een kleine verdikking met de merknaam prominent in het midden van de onderrand is geplaatst. De P4QJEB-uitvoering die we testten staat op een in hoogte verstelbare stand, die duidelijk geïnspireerd is door het ontwerp dat Dell al de nodige jaren hanteert. Het paneel is in alle richtingen verstelbaar, inclusief portretstand. Het nut daarvan is discutabel, maar grappig is het wel, bijvoorbeeld om een lange webpagina weer te geven. Er is ook een iets goedkopere 298X4QJAB-editie, die niet in hoogte verstelbaar of roteerbaar is, en die gemiddeld vier tientjes minder kost - wij zouden die gezien het prijsverschil links laten liggen. Qua aansluitingen worden we best blij van deze Philips, want we treffen DVI, twee keer HDMI en DisplayPort 1.2 met MST, alsmede audio in- en uitgangen. Speakers zijn ingebouwd, evenals een 4-poorts USB 3.0 hub. Qua extra mogelijkheden is er een Picture-by-Picture mogelijkheid, waarmee je tegelijk beeld van twee verschillende bronnen kunt weergeven.

Qua helderheid blijkt deze Philips niet een van de helderste, maar de gemeten 261 cd/m² is ruim voldoende, terwijl de minimale helderheid een van de lagere is met 0,24 cd/m². Belangrijker is dat de helderheidsverdeling een van de betere is, 79%. Toch is de checkerboard-contrastmeting teleurstellend, met slechts 188:1 is het de laagste waarde in de test. De standaard kleurtemperatuur is met bijna 8000 K veel te hoog, de kleurafwijking is eveneens aan de hoge kant, zeker in vergelijking met de rest van de testdeelnemers. Het stroomverbruik is gemiddeld, al kan je het scherm met de schakelaar op de achterkant wel geheel uit zetten.

Philips 298P4QJEB

Testresultaten helderheid en contrast

We hebben de negen monitoren onze standaard testprocedure voor beeldschermen laten doorlopen.

Helderheid max.

De maximale helderheid is van belang om te weten of je voldoende ziet in een omgeving met veel licht. De eenheid waarin we die noteren is candela per vierkante meter ofwel cd/m², voorheen ook wel als 'nit' bekend. Als vuistregel geldt dat 200 candela per vierkante meter volstaat, voor kantooromgevingen wordt tegenwoordig meestal 250 cd/m² aangehouden.

De Dell scoort met 355 cd/m² het hoogst. AOC is met 205,9 cd/m² hekkensluiter en de enige die de grens van 250 cd/m² niet haalt.

Helderheid min.

De minimale helderheid is een goede indicatie voor hoe contrastrijk het scherm is. Een eenvoudig sommetje leert immers dat een afname van het minimale niveau (bijvoorbeeld 0,1 cd/m²) een veel hoger effect heeft op de contrastratio dan een even grote toename van het maximale niveau. Omdat TFT-panelen altijd werken met een 'lichtbak' die door de matrix met beeldpunten heenschijnt, is een absoluut nulniveau bijna niet te bereiken. Alleen VA-modellen komen daarbij dicht in de buurt.

Alle schermen scoren prima op dit vlak. Opnieuw is het de Dell die de beste resultaten biedt met 0,19 cd/m², gevolgd door de LG 29AE73 en het scherm van Philips.

Helderheid uniformiteit

De helderheid uniformiteit geeft aan hoe gelijkmatig een paneel verlicht wordt. We delen het scherm op in een aantal zones en meten de helderheid. De vermelde waarde is de helderheid van het minst heldere deel, als percentage van het helderste deel. Waardes boven de 75% zijn acceptabel, vanaf 80% rekenen we het als 'goed' en boven de 85% is erg goed. 

Geen van de schermen valt in de categorie goed, al komen Philips en AOC in de buurt. Drie schermen komen onder de 75% uit wat toch een minpunt is.

Contrast (checkerboard)

We doen meerdere contrastmetingen, maar de belangrijkste (want moeilijkste en meest realistische) is de checkerboard-test, waarbij gelijktijdig witte en zwarte vlakken zichtbaar zijn.

De Dell biedt het hoogste contrast: 264:1, Philips het laagst.

Testresultaten helderheid onder kijkhoek

De helderheid onder een kijkhoek zegt iets over de beeldkwaliteit wanneer het scherm niet recht van voren wordt bekeken. TN-panelen verkleuren altijd in meerdere of mindere mate, IPS- en VA-schermen hebben daar veel minder last van. De helderheid neemt altijd af, ongeacht de paneeltechniek. Horizontaal zijn waardes boven de 47% goed en boven de 50% zeer goed, verticaal zijn waardes boven de 10% redelijk, boven de 15% goed en boven de 20% erg goed.

Helderheid onder kijkhoek 45 graden horizontaal

De ASUS P5B298Q valt naar onze maatstaven in de categorie goed, de rest zelfs in categorie zeer goed. De AOC heeft de beste horizontale kijkhoek. Let wel: juist bij een extra breed scherm als deze is de horizontale kijkhoek van belang.

Helderheid onder kijkhoek 45 graden verticaal van boven

Verticaal naar boven komt geen enkel scherm boven de 20 graden wat we als zeer goed bestempelen. Wel zitten alle schermen boven de 15%.

Helderheid onder kijkhoek 45 graden verticaal van onderen

Verticaal van onderen bezien zijn de resultaten vrijwel identiek.

Testresultaten kleurtemperatuur & kleurechtheid

De kleurweergave beoordelen we aan de hand van een aantal aspecten. Belangrijk om te weten is, dat door middel van kalibratie altijd veel te verbeteren is. Echter, bij het merendeel van de beeldschermen gaat het dan om kalibratie van het videosignaal, in combinatie met de monitor. Het aantal beeldschermen dat in hardware gekalibreerd kan worden is erg klein en deze modellen zijn significant duurder. Om die reden is het niet zinvol beeldschermen te kalibreren voor een test. In plaats daarvan meten we of en in welke mate een monitor middels kalibratie te verbeteren valt. Daarbij gaan we uit van de sRGB-kleurruimte.

Voor deze metingen maken we gebruik van de CALman software van SpectraCal, in combinatie met een X-rite i1 Display Pro colorimeter.

Native kleurtemperatuur

We kijken hoe dicht we zonder kalibratie de 6500 K kunnen benaderen, een kleurtemperatuur die wordt beschouwd als het meest geschikt voor dagelijks gebruik en een die dicht met die van daglicht overeenkomt.

Hierbij valt op dat de standaard kleurtemperatuur van alle schermen te hoog is, bij een drietal schermen zelfs véél te hoog.

Afwijking van ideale greyscale gamma

De Dell heeft met afstand de laagste afwijking van het ideale grayscale gamma.. De schermen van ASUS presteren hier het minst, maar nog altijd prima.

Kleurechtheid

We meten de kleurechtheid op basis van de grijswaarde afwijking volgens de CIE1976 standaard. Beide ASUS schermen hebben met afstand de laagste kleurafwijking bij grijstinten: Philips scoort op dit vlak het minst. De scores tussen de 3 en 4 mΔuv van de overige schermen is prima te noemen.

Kijken we naar het resultaat volgens de meer veeleisende CIE1994 standaard, dan wint Dell, maar zet opnieuw ASUS, maar ook LG en NEC uitstekende resultaten neer.

De kleurafwijking volgens CIE1994 is op het NEC-scherm na bij allen uitstekend te noemen.

Testresultaten reactietijd en input lag

Reactiesnelheid is de aanduiding voor hoe snel pixels van kleur kunnen veranderen. Een waarde minder dan 16 milliseconden is vereist om voldoende te scoren, onder de 10 is goed, onder de 5 is uitzonderlijk goed. We hebben de schermen ook getest met overdrive actief. De 20%-80%-20% test is lastiger en telt dus zwaarder mee.

IPS-panelen zoals gebruikt in de geteste schermen staan niet bekend om hun goede reactietijden, maar met overdrive ingeschakeld komen zeven van de negen geteste schermen ruim onder de 16 ms (ofwel 60 fps) voor de 20%-80%-20% test, waardoor er in feite prima mee te gamen valt. De schermen van Dell en AOC eindigen met overdrive nét boven de 16ms grens.

Bij vijf schermen meten we geen input lag. Bij de monitoren van Philips, Dell en NEC is er een input lag van 16 ms, wat deze schermen minder ideaal maakt voor gaming. 

Testresultaten energieverbruik

Het stroomverbruik van de geteste schermen is prima te noemen. Alle schermen verbruiken zo'n 44 a 45 watt bij wit beeld en rond de 40 watt bij zwart beeld. De NEC is als enige een watt of vijf minder zuinig, terwijl één van de LG's dankzij een dynamische backlight bij een volledig zwart scherm juist zuinig is. Dat klinkt bijzonder, maar in de praktijk ga je er weinig besparing mee halen. In stand-by modus zit het gros van de schermen onder de 0,5W.

Conclusie

De 21:9 monitoren plaatsen ons nog altijd voor een dilemma. Bij introductie constateerden we al dat het formaat enerzijds een aantal unieke voordelen biedt, maar ook dat de prijsstelling zich dermate dicht bij die van 16:9 WQHD-beeldschermen bevindt, dat de keuze voor de verhouding met minder pixels niet erg voor de hand ligt. Full HD 16:9 IPS-monitoren van 27-inch zijn iets onder de 300 euro geprijsd; vergeleken daarmee bieden deze schermen voor ongeveer 50% meer investering 33% meer pixels. WQHD-schermen kosten iets meer, maar bieden dan 77% meer beeldpunten en dus werkruimte. Hoe je het ook wendt of keert, ruim 450 euro is aan de prijs voor wat je krijgt. Dat is tot daar aan toe, maar de uniformiteit van alle modellen is ook nog eens ondermaats.

Natuurlijk, WQHD-monitoren lopen een stuk verder op in prijs, zeker de modellen met een 10-bits paneel. Het is echter prima mogelijk er een rond de 500-550 euro te vinden, met zeer vergelijkbare eigenschappen met de hier besproken modellen, en dus aanmerkelijk meer pixels. Dat maakt het lastig om de hier besproken modellen zonder voorbehoud aan te bevelen.

Wil je per se een 21:9-beeldscherm en ben je bereid ervoor te betalen, dan is gezien de prijs en kalibratie uit de fabriek het model van Dell, de UltraSharp U2913WM, de beste keuze. De ingebouwde, vrijwel kant-en-klare mogelijkheid de uniformiteit te corrigeren maakt dat model alleen nog maar aantrekkelijker. Om die reden ontvangt dat scherm een Silver Award. Voor gaming is de Dell minder interessant door de gemeten input lag en relatief hoge responstijden, de nog voordeliger LG 29EA73-P is dan een betere keuze, maar die heeft op andere vlakken te veel minpunten om een award te ontvangen. De andere modellen zijn uit de doos weliswaar overwegend prima, geen enkel scherm is een miskoop, maar onder de streep onderscheiden ze zich ook niet voldoende, zeker niet qua inregeling direct uit de doos. Zowel niet van elkaar, als qua prijs van WQHD-modellen.

N.B. bij een eerdere test ontving ook de LG 29EA93-P een Silver award, maar op basis van deze vergelijkingstest onderscheidt die zich niet voldoende om deze te bevestigen, al blijft het een uitstekend scherm.


Dell UltraSharp U2913WM


Besproken producten

Vergelijk alle producten

Vergelijk  

Product

Prijs

AOC q2963Pm

AOC q2963Pm

  • 29 inch
  • 2560x1080
  • 96 ppi
  • IPS / PLS / AHVA
  • HDMI
  • DisplayPort
  • 5 ms
  • 250 cd/m²
  • 1000 : 1
Niet verkrijgbaar
Asus MX299Q

Asus MX299Q

  • 29 inch
  • 2560x1080
  • 96 ppi
  • IPS / PLS / AHVA
  • HDMI
  • DisplayPort
  • 5 ms
  • 300 cd/m²
  • 80000000 : 1

395,95 €

6 winkels
Asus PB298Q

Asus PB298Q

  • 29 inch
  • 2560x1080
  • 96 ppi
  • IPS / PLS / AHVA
  • HDMI
  • DisplayPort
  • 5 ms
  • 300 cd/m²
  • 1000 : 1
Niet verkrijgbaar
Silver Award Dell UltraSharp U2913WM

Dell UltraSharp U2913WM

  • 29 inch
  • 2560x1080
  • 96 ppi
  • IPS / PLS / AHVA
  • HDMI
  • DisplayPort
  • 8 ms
  • 300 cd/m²
  • 1000 : 1
Niet verkrijgbaar
LG 29EA73-P

LG 29EA73-P

  • 29 inch
  • 2560x1080
  • 96 ppi
  • IPS / PLS / AHVA
  • HDMI
  • DisplayPort
  • 5 ms
  • 300 cd/m²
  • 1000 : 1
Niet verkrijgbaar
Silver Award LG 29EA93-P

LG 29EA93-P

  • 29 inch
  • 2560x1080
  • 96 ppi
  • IPS / PLS / AHVA
  • HDMI
  • DisplayPort
  • 5 ms
  • 300 cd/m²
  • 1000 : 1
Niet verkrijgbaar
LG 29EB73-P

LG 29EB73-P

  • 29 inch
  • 2560x1080
  • 96 ppi
  • IPS / PLS / AHVA
  • HDMI
  • DisplayPort
  • 5 ms
  • 300 cd/m²
  • 1000 : 1
Niet verkrijgbaar
NEC EA294WMi Black

NEC EA294WMi Black

  • 29 inch
  • 2560x1080
  • 96 ppi
  • IPS / PLS / AHVA
  • HDMI
  • DisplayPort
  • 6 ms
  • 300 cd/m²
  • 1000 : 1
Niet verkrijgbaar
Philips 298P4QJEB

Philips 298P4QJEB

  • 29 inch
  • 2560x1080
  • 96 ppi
  • IPS / PLS / AHVA
  • HDMI
  • DisplayPort
  • 7 ms
  • 300 cd/m²
  • 1000 : 1
Niet verkrijgbaar
0
*