TN, IPS, VA: over monitor panels en lcd-technologie

58 reacties
Inhoudsopgave
  1. 1. Inleiding
  2. 2. Bewegingen in vloeistof
  3. 3. Voor- en nadelen van IPS, VA en TN
  4. 4. Helderheid en contrast
  5. 5. Kijkhoeken
  6. 6. Kleurweergave
  7. 7. Reactietijden
  8. 8. Energieverbruik
  9. 9. Conclusie
  10. 10. Besproken producten
  11. 11. Reacties

Inleiding

Als je een monitor gaat kopen, vertellen de fabrikanten je graag en met veel cijfers over reactietijden (kort), contrastverhoudingen (groot) en helderheden (nog groter). Waar ze minder over zeggen, is over de gebruikte paneeltechniek. Tijd voor ons om hier eens aandacht aan te besteden.

In onze monitorreviews komt het veelal terloops ter sprake: de technologie die ten grondslag ligt aan de werking van het in het product gebruikte paneel. We noemen een tn (twisted nematic), een ips (in-plane switching), of een va (vertical alignment). Even terloops is er een consensus over wat dat betekent: tn is goed voor games, maar niet voor kleurechtheid, ips heeft mooie kleuren en kijkhoeken, va heeft een goed contrast. Maar, wat houdt het eigenlijk echt in, en kloppen deze kort-door-de-bocht omschrijvingen wel?

TN-paneel is niet altijd slechter, IPS-paneel niet altijd beter

Om met het laatste te beginnen: nee, die kloppen zeker niet per definitie. Net zoals ‘Chinese condensators’ in voedingen niet per definitie inferieur zijn aan ‘Japanse’, zijn er goede en minder goede tn-, ips- en va-panelen. Dat komt onder meer, omdat er van elk van deze types meerdere varianten bestaan, die door meerdere fabrikanten geproduceerd worden – elk met net een eigen draai eraan. En uiteindelijk bepaalt in de moordende concurrentie van de displaymarkt doorgaans de opdrachtgever de kwaliteit van het uiteindelijke product, dat een optelsom is van vele delen, waar het paneel er slechts een van is. Tn is niet altijd slechter, ips is niet altijd beter.

Om een en ander eens goed te illustreren, pakten we voor dit artikel drie beeldschermen van dezelfde fabrikant erbij, in dit geval Iiyama. Deze fabrikant heeft zowel ips, va, als tn-monitoren in het assortiment, waarbij de modellen ook nog eens zeer vergelijkbaar zijn qua afmetingen en prijsstelling. 

Iiyama ProLite B2483HS-B3
De Iiyama ProLite B2483HS-B3 ziet er vrijwel hetzelfde uit als de XB2483HSU-B3.

Iiyama ProLite XUB2492HSU-B1
De ProLite XUB2492HSU-B1 heeft door zijn dunne randen boven, links en rechts een wat moderner voorkomen.

IPS, TN en VA van Iiyama

Iiyama heeft al in veel tests laten zien een goed product met een scherpe prijs af te kunnen leveren. De hier als illustratie gebruikte ProLite XB2483HSU-B3 (va-paneel), B2483HS-B3 (tn) en XUB2492HSU-B1 (ips) lijken niet alleen uiterlijk op elkaar, ze kosten ook ongeveer allemaal hetzelfde, namelijk pakweg 180-190 euro.

Alle drie hebben displayport en hdmi-ingangen, alsmede vga. Ook op alle modellen aanwezig: audio in- en uitgangen, en ingebouwde speakers. Alle drie staan op een in hoogte verstelbare, ergonomische voet, waarop het paneel kan kantelen, draaien en roteren. De B2483HS-B3 heeft geen usb 2.0 hub, de andere twee hebben dat wel. Geen van de drie heeft Freesync, laat staan G-sync, het zijn primair zakelijke monitoren, bedoeld voor op kantoor. Kortom: drie extreem vergelijkbare schermen, zonder specifieke functies of eigenschappen die veel invloed hebben op de prijs. 

In de pudding

Een moderne versie van een oud Engels spreekwoord luidt: the proof is in the pudding; dit is een verkorte versie van the proof of the pudding is in the eating. Oftewel: je weet pas hoe iets smaakt, als je het opeet. Wanneer we het over monitoren hebben, betekent dit: je weet pas hoe een scherm presteert als je het test – én als je ernaar kijkt.

Dat eerste doen we bij Hardware.Info natuurlijk aan de lopende band, maar het tweede is lastiger. Niet alleen is het fotograferen van monitoren op identieke wijze, bij identieke helderheid en onder een identieke hoek tijdrovend, daarna zit er ook altijd nog het ‘filter’ tussen van het beeldscherm van de lezer. Dat is zelden gekalibreerd en, hoezeer we ook hameren op het belang van een goede monitor, heel vaak ook nog eens het sluitstuk op de begroting – en dus niet erg goed qua kleurechtheid.

Voor dit artikel maken we voor een keer een uitzondering: niet alleen nemen we de testresultaten van de drie schermen per testonderdeel met je door, ook vind je op in dit artikel foto’s van deze drie modellen, genomen onder verschillende kijkhoeken (en recht van voren) zodat je zelf kunt vergelijken. Hou er wel rekening mee dat je beeldscherm flink van invloed zal zijn op de weergave, maar in elk geval zijn alle foto's onder exact dezelfde omstandigheden genomen, bij dezelfde helderheid van de schermen. 

Bewegingen in vloeistof

Voordat we gaan kijken naar de verschillen en overeenkomsten – en verrassende constateringen – van onze voorbeeldschermen, toch nog eerst even over die paneeltechnologie. Wat betekenen die afkortingen en die wat cryptische omschrijvingen waar ze voor staan nu echt?

Werking van een LCD panel

Om die vraag te beantwoorden, moeten we eerst heel kort in de herinnering roepen hoe een lcd-paneel werkt. Zonder te veel op de details in te gaan, kan je stellen dat een modern lcd een lichtbron is, met daarvoor een zogeheten tft matrix, een raster van zogenaamde thin film transistors. Elke transistor is verantwoordelijk voor de aansturing van één pixel. De tft matrix is ingebed tussen twee polarisatiefilters. De eerste hiervan lijnt de lichtgolven van de lichtbron uit; vloeibare kristallen bepalen vervolgens de richting van het licht richting het tweede polarisatiefilter. Dat gebeurt door deze kristallen een bepaalde vorm of structuur te laten aannemen, onder invloed van een elektrisch veld. Gebeurt er niets (de ‘uit’ stand), dan resulteert dat – afhankelijk van de gebruikte techniek – in een geheel wit, of juist een geheel zwart scherm.

LCD-verschillen: TN, IPS, VA

Het cruciale verschil tussen de diverse paneeltechnieken zit in de manier waarop de kristallen standaard georiënteerd zijn in de vloeistof, en hoe ze zich gedragen, lees: bewegen, wanneer er een stroompje gaat lopen. Daarmee samenhangend verschilt ook de polarisatierichting van de filters aan weerszijden van de tft matrix.

Zo staat tn oftewel twisted nematic voor de vorm waarin de kristallen in een transistor van dit type zich organiseren in ‘uit’ toestand: die ziet eruit als een verdraaid oppervlak, ook wel bekend als een helix. Licht wordt zo in een hoek van 90 graden geleid en daarmee door het tweede polarisatiefilter gestuurd. Wanneer de kristallen onder invloed van een elektrisch veld komen te staan, verandert de structuur en richten de moleculen zich naar dat veld. Omdat de elektroden hiervoor aan weerszijden van de vloeistof zitten, richten de moleculen zich haaks op die zijkanten. Het gepolariseerde licht wordt dan geblokkeerd door het tweede filter, dat er bij deze vorm haaks op staat.

Bij ips oftewel in-plane switching is de toestand van de kristallen in de uit-stand vrijwel hetzelfde als bij tn: in een helix gedraaid tussen de twee glasplaten aan weerszijden van de vloeistof. Echter, in dit geval zitten de elektroden allebei  op dezelfde glasplaat, aan een van de twee kanten van de vloeistof dus. Hierdoor oriënteren de kristalmoleculen zich anders, wanneer er een stroom gaat lopen. Niet haaks op de zijkanten van de cel, maar er parallel aan. Ze bewegen zich langs dezelfde as, of in goed Engels: in the same plane. Inmiddels zijn er ook ips-varianten waarbij de kristallen niet in een helix gestructureerd zijn, maar over varianten verderop meer.

Bij va oftewel vertical alignment ten slotte is de basistoestand van de pixels juist verticaal geordend ten opzichte van de twee lagen waartussen ze zich bevinden. Pas wanneer een stroom gaat lopen, buigen ze opzij en laten ze licht door.

 

Het verschil tussen TN en VA-techniek: bij TN is de standaardtoestand van de transistors ‘aan’ en laten de kristallen dus licht door. Bij VA is het net omgekeerd, en laten de vloeibare kristallen pas licht door wanneer er een stroom gaat lopen. (Bron)

 

Het verschil tussen TN en IPS-techniek: bij TN zitten de elektroden aan beide zijden van de vloeistof en zijn de cellen zo gestructureerd dat ze licht doorlaten (geleiden) wanneer er geen stroom loopt. Wanneer er een stroom gaat lopen veranderen ze naar een verticale oriëntatie en wordt het licht geblokkeerd. Bij IPS zitten de elektroden aan dezelfde kant en bewegen de kristalmoleculen parallel aan het oppervlak van het paneel. (Bron)

Van links naar rechts: TN, VA en IPS transistors in close-up. Omdat deze foto’s gemaakt zijn bij een wit scherm, is het verschil tussen TN en IPS lastig zichtbaar. Bij een wit beeld is TN immers ‘uit’ en zijn de kristallen min of meer parallel aan het schermoppervlak gedraaid, net zoals bij IPS altijd het geval is. Bij VA is juist zichtbaar dat de kristallen in clusters gegroepeerd zijn.

De zachte kant: welk panel-type oogt scherper?

Een lastig te definiëren verschil tussen de diverse paneeltechnologieën betreft de waargenomen scherpte. Feitelijk is het ene tft-scherm zo scherp als het andere: elke pixel heeft zijn eigen aansturing, er is geen sprake van vervaging of verschil in helderheid tussen afzonderlijke pixels. Toch ‘oogt’ een tn-paneel voor velen scherper, wat wellicht te maken heeft met de manier waarop de pixels gepositioneerd zijn en hoe ze licht doorlaten in andere richtingen dan de kijker. Wie overstapt naar ips moet soms wennen aan een wat ‘zachter’ beeld, terwijl va enigszins het midden houdt tussen de twee. Doorgaans ben je in een mum van tijd gewend, maar er zijn mensen die om deze reden tn prefereren – of toch juist de voorkeur geven aan ips. 

Voor- en nadelen van IPS, VA en TN

Op alle drie deze basisvormen van lcd-techniek zijn er tal van variaties en verfijningen. (Er zijn ook nog andere versies die geheel anders werken qua oriëntatie, maar het voert te ver om die hier te bespreken – een enkele uitzondering na, treffen we die niet aan in apparatuur op de consumentenmarkt.) Echter, de basisstructuur bepaalt in hoge mate de eigenschappen die we aan het begin hebben opgesomd. Dat kan je bij wijze van spreken beredeneren op basis van de illustraties bij de technieken: tn oriënteert de kristallen min of meer gedraaid, wat gevolgen heeft voor de kleur die je waarneemt als je er niet recht op kijkt; de plaatsing van de elektroden op ips transistors neemt meer ruimte in dan bij tn, waardoor minder licht wordt doorgelaten en het contrast afneemt – echter, de richting van de kristallen is altijd parallel aan het paneel, waardoor de kleurweergave gelijk blijft, ongeacht de hoek waarin je er naar kijkt; va is door zijn structuur beter in het blokkeren van licht en levert daardoor de hoge zwartwaardes op die deze techniek kenmerken.

IPS, TN en VA-variaties

Alle technieken hebben sterkere en zwakkere kanten, en uiteraard zijn er sinds de uitvinding van de respectieve technologieën tal van verbeteringen aangebracht. Die vinden we terug in afgeleide versies met welluidende namen: super-ips, amva, s-pva, etc. Dan hebben we het nog niet gehad over de namen van (vrijwel) identieke varianten, die omwille van patenten anders moeten heten. Zo draagt Samsungs variant op ips de naam pls en die van AU Optronics heeft ahva (wat verwarrend is, want het lijkt zo va-familie).

Opmerkelijk genoeg lijken er geen varianten te zijn op het aloude tn, maar dat wil niet zeggen dat daar niet ook stevig aan gesleuteld is sinds de eerste vloeibare kristallenschermpjes werden geconstrueerd in laboratoria in de jaren ’60. Zo kunnen we volgend jaar tn-panels verwachten waarin de kristallen nog sneller bewegen, met een geclaimde responstijd van 0,5 ms. Hoe dan ook is het ene tn-scherm het andere niet, net zoals een amva-paneel van AU Optronics andere karakteristieken heeft dan een s-pva-paneel van Samsung – alleen de basiseigenschappen zijn wel heel vergelijkbaar.

En oled dan?

De oplettende lezer vraagt zich wellicht af waar oled is in dit hele verhaal. Het simpele antwoord: oled is een volstrekt andere techniek, waarbij geen sprake is van vloeibare kristallen met een lichtbron erachter, maar van zelf oplichtende diodes (daar komt de d vandaan). Anders dan lcd-panelen, die doorgaans gebaseerd zijn op een silicium substraat, heeft oled een organische basis, oftewel koolstofverbindingen. Feitelijk combineert oled de voordelen van tn (snelle reactietijden) met die van va (oneindig contrast) en ips (goede kijkhoeken) – om welke reden deze technologie zoveel waardering krijgt, en we nog altijd naarstig wachten op de eerste daadwerkelijk beschikbare oled-monitor. Dat die er nog niet zijn heeft weer te maken met de specifieke nadelen van oled: de levensduur van de diodes is ongewis, er kan sprake zijn van inbranden wanneer te lang dezelfde kleur wordt weergegeven en de productieprijs is nog altijd veel hoger dan bij lcd.


De Dell UP3017Q is een oled-monitor, maar een sample heeft ons testlab nog altijd niet bereikt.

IPS, VA en TN panels in test en praktijk

Kern van de zaak is dat alle drie de technieken fors verbeterd zijn sinds hun oorspronkelijke, eerste implementaties. Dat bleek eens te meer, toen we drie recente monitoren, gebaseerde op deze respectieve technieken, eens tegen het licht hielden – én voor de camera zetten. In de hier volgende paragrafen nemen we de verschillen en overeenkomsten bondig door, en bespreken we de foto’s van de monitoren onder een kijkhoek van 45 graden. In de grafieken op de volgende pagina's is de tn-monitor te herkennen aan een blauw balkje, de va-monitor aan een groen balkje en het ips-model aan een rood balkje.

Helderheid en contrast

Alle drie de schermen hebben een zeer vergelijkbare maximale helderheid. Iiyama geeft voor alle drie 250 cd/m² op, op basis van de opgave van de paneelfabrikant, maar dit wordt ruim overtroffen. De tn-gebaseerde B2483HS-B3 haalt zelfs meer dan 300 cd/m².

De minimale helderheid wordt niet in de eerste plaats bepaald door het type paneel, maar door de aansturing van het backlight; hier zien we echter wel dat het amva-model, de XB2483HSU-B3, de laagste helderheid kan weergeven – het tn-exemplaar zou in die stand zelfs bij daglicht nog goed afleesbaar zijn.

 

Kijken we vervolgens naar de zwartwaarde, dan laat het va-model hier zijn klassieke kracht zien, met een waarde van 0,04 cd/m² bij een helderheid van wit van 150 cd/m². Opmerkelijk is dat het ips-model, waarvan je zou verwachten dat het de slechtste zwartwaarde heeft, het ruimschoots beter doet dan het tn-model. 

Dit alles resulteert erin dat de va-monitor het beste contrast heeft, van ruim meer dan 3000:1, terwijl het ips-model ruim over de 1200:1 heen gaat en tn op enige afstand volgt met een acceptabele, maar niet bijzondere waarde iets onder de 900:1.

 

Kijkhoeken

In de onderstaande tabel tonen we de kijkhoeken qua resterende helderheid gemiddeld voor horizontaal en verticaal, de kleurafwijking is gemiddeld voor alle richtingen, evenals de standaarddeviatie hiervan. In de grafieken onderaan deze pagina vind je alle deelmetingen.

  Iiyama ProLite B2483HS-B3 Iiyama Prolite XB2483HSU-B3 Iiyama ProLite XUB2492HSU-B1
45° resterende helderheid horizontaal 44% 41% 39%
45° resterende helderheid verticaal 12% 14% 23%
45° gem. kleurafwijking ΔE 2000 27,5 26,1 22,4
45° standaarddeviatie kleurafwijking ΔE 2000 8,9 7,7 6,7

Wat we direct zien, is dat bij deze schermen ips de verwachtingen qua resterende helderheid niet echt waarmaakt: horizontaal blijft procentueel het minste over, terwijl va het iets beter doet en tn ruimschoots wint. Kijken we naar de gemiddelde kleurfout onder een kijkhoek, dan is het resultaat net andersom: tn heeft de grootste afwijking, va zit daar niet ver vanaf en ips loopt duidelijk voorop – zij het dat ook hier sprake is van een flinke afwijking. De standaarddeviatie laat ten slotte zien dat ook de afwijkingen van de deelmetingen het kleinst zijn bij ips, gevolgd door va en vervolgens tn.

Kijken we naar de foto’s, dan is goed te zien dat de verzadiging en het contrast bij va (de middelste foto) flink afnemen onder een hoek van 45 graden, terwijl de afnemende helderheid bij ons ips-voorbeeld juist goed zichtbaar is. Bij tn is sprake van een kleurverschuiving onder een kijkhoek, maar die valt eigenlijk best mee. Wel levert dit paneel wanneer van boven en onderen bekeken beduidend minder goed beeld op. Met name van boven neemt de helderheid snel af.

TN (Iiyama ProLite B2483HS-B3)

VA (XB2483HSU-B3)

IPS (XUB2492HSU-B1)

Wil je alle detailmetingen nog eens bekijken: die vind je hieronder.

Onze kijkhoekmetingen laten zowel de afname in helderheid zien als ook de kleurafwijking. Daarnaast geven we hier ook de standaarddeviatie weer. Die is gebaseerd op de deelmetingen van de basis- en steunkleuren, plus 100% en 75% wit. Als de standaarddeviatie laag is, neemt de helderheid van alle kleuren in dezelfde mate af. Is deze hoger, dan is sprake van een kleurverschuiving. 

Kijkhoekmetingen links

Kijkhoekmetingen rechts

Kijkhoekmetingen boven

Kijkhoekmetingen onder

 

Kleurweergave

Zagen we bij de kijkhoeken al andere resultaten dan we zouden verwachten op basis van de reputatie der respectieve technologieën, bij de kleurweergave gaat dit zeker ook op. De dekking van de sRGB-kleurruimte is het beste op orde bij de XB2483HSU-B3, voorzien van een va-paneel: op een haar na 100% kan worden getoond. De ips-gebaseerde XUB2492HSU-B1 loopt toch wat achter, met 94%, en de B2483HS-B3 met zijn tn-paneel kan dat prima bijhouden, met 93,7%.

De kleurafwijking ondertussen, oftewel het gemiddelde verschil in helderheid en verzadiging van de kleuren, gemeten op een groot aantal coördinaten, levert ook verrassende inzichten op. Het va-paneel heeft de grootste kleurafwijking, 4,5 – daarmee is dit verschil ook zichtbaar met het menselijk oog. De tn- en ips-gebaseerde schermen blijven onder de hiervoor kritische grens van 3, maar het tn-model komt er absoluut het beste uit, met een gemiddelde kleurfout van minder dan 2,1 en een standaarddeviatie van 1 –oftewel, de deelmetingen vertonen ook amper onderlinge afwijkingen.

De grijsafwijkingen zijn vergelijkbaar: tn voert aan, ips doet het nog goed, va volgt op de nodige afstand. De gammawaarde van het ips-paneel is het beste, want deze benadert de gewenste 2,2 het dichtst. Ook hier is va hekkensluiter.

Geen van deze zaken is een sluitende indicatie voor de sterke dan wel zwakke eigenschappen van de gebruikte techniek. Een conclusie valt wel te trekken: de vooroordelen over zowel de nadelen van tn als de voordelen van ips en va gaan niet per definitie op. 

Van links naar rechts: tn, va, ips resultaten van de CalMAN 5 Color checker metingen.

 

Reactietijden

Verplaatsen we vervolgens de blik naar de reactietijden. De oudste technologie, tn, is het verste doorontwikkeld op dit vlak en is inherent het meest geschikt voor snelle aanpassingen aan de richting van de kristallen. Met name bij de dubbele zwart-wit-zwart transitie zien we dat ook duidelijk terug in onze test, dat gaat duidelijk sneller dan bij ips en va. Bij lastiger donker-licht-donkergrijze overgangen is het verschil tussen tn en ips verwaarloosbaar, terwijl va duidelijk achterloopt.

Het beeld verandert wanneer overdrive wordt geactiveerd: door een sterker stroompje door de pixels te laten lopen schieten deze aanvankelijk hun kleurdoel voorbij, om vervolgens (als het goed is snel) terug te vallen op de gewenste waardes. Bij tn zien we een grote verbetering, maar ook va profiteert hier flink van. Bij ips is de winst kleiner, maar wordt de snelheid wel een stuk beter. Zowel tn als ips vertonen meer overshoot bij toepassing van overdrive dan va: de pixels schieten hun doel relatief wat verder voorbij, wat kan resulteren in contrastartefacten rond bewegende schermelementen.

Reactietijd standaard

Reactietijd maximaal

Reactietijd optimaal

 

Energieverbruik

Ten slotte nog het verbruik: is een van deze technieken inherent zuiniger dan de andere? Op het vlak van zuinigheid zijn grote stappen gemaakt de laatste jaren, en geen van deze Iiyama beeldschermen is een stroomslurper. Toch zien we verschillen. Bij maximale helderheid (ter herinnering, die is voor deze drie zeer vergelijkbaar) is het verschil bij volledig wit tussen het ips- en het va-model 6,6 watt. Bij een meer gangbare helderheid van 150 nits daalt dat verschil naar 3 watt. Ondertussen is tn net wat minder zuinig dan ips, maar zuiniger dan va. Het verschil mag geen naam hebben, zelfs niet bij hele grote aantallen en continue gebruiksduur.

 

Conclusie

Ons onderzoekje heeft aardig wat voeten in de aarde gehad, maar levert ook interessante inzichten op. In de eerste plaats hebben we hopelijk inzichtelijk gemaakt, dat het loont om te kijken naar welke technologie in een scherm gebruikt is. Welke voor jou het meest geschikt is, zou de keuze mede moeten bepalen. Ga je vooral snelle games spelen, kies dan een goed tn-paneel: de betere modellen (zoals we aantreffen in de 144Hz 27-inch wqhd-monitoren en 240Hz 24,5-inch full hd-schermen) hebben verrassend goede kleurweergave, maar ook in lagere prijssegmenten hoeft tn echt geen slechte kleurweergave te bieden, getuige ook de Iiyama B2483HS-B3 die we als voorbeeld voor deze test hebben gebruikt. Voor beeldbewerking is er zowel voor ips als va veel te zeggen, voor video kijken zou va de voorkeur hebben - maar kies dan wel een voldoende snel paneel.

Aan de andere kant is duidelijk geworden dat bij vergelijkbare prijs en eigenschappen, deze drie elkaar niet veel hoeven te ontlopen. Eigenlijk vallen de resultaten van het ips-scherm wat tegen, wat doet vermoeden dat je meer moet investeren om de voordelen van deze technologie echt te ervaren. Dat komt overigens overeen met onze inzichten op basis van heel veel geteste monitoren: mede door de populariteit en bekendheid van 'ips' zien we aan de onderkant van de markt (ook in notebooks) veel schermen toegepast worden die gebaseerd zijn op ips-techniek, maar kwalitatief achterblijven. Ips is niet voor niets traditioneel de duurste van de drie, en goedkopere ips-panelen bieden dan ook niet de beste ervaring. Overigens is de hier besproken Iiyama XUB2492HSU-B1 all-round in zijn prijsklasse een uitstekend beeldscherm (we gaven het niet voor niets een Excellent Choice award).

Ondertussen is de kwaliteit van het tn-model ons alles meegevallen, zowel qua kleurweergave als qua kijkhoeken. Va tenslotte laat zien dat het qua contrast onverslaanbaar is, maar ook hier geldt dat je in duurdere segmenten moet winkelen om minder te merken van de inherente nadelen.

Belangrijkste conclusie: laat je niets wijs maken door afkortingen, cijfers en kreten op dozen en in folders. Lees je goed in en ga ook op je eigen ogen af, eer je overgaat tot aanschaf van een nieuwe monitor.


Besproken producten

Vergelijk alle producten

Vergelijk  

Product

Prijs

Iiyama ProLite B2483HS-B3

Iiyama ProLite B2483HS-B3

  • 24 inch
  • 1920x1080
  • 92 ppi
  • TN
  • 75 Hz
  • HDMI
  • DisplayPort
  • 1 ms
  • 250 cd/m²
  • 1000 : 1

148,99 €

10 winkels
Iiyama ProLite XB2483HSU-B3

Iiyama ProLite XB2483HSU-B3

  • 23.8 inch
  • 1920x1080
  • 93 ppi
  • VA / MVA / PVA
  • 75 Hz
  • HDMI
  • DisplayPort
  • 4 ms
  • 250 cd/m²
  • 3000 : 1

159,00 €

8 winkels
Excellent Iiyama ProLite XUB2492HSU-B1

Iiyama ProLite XUB2492HSU-B1

  • 23.8 inch
  • 1920x1080
  • 93 ppi
  • IPS / PLS / AHVA
  • 60 Hz
  • HDMI
  • DisplayPort
  • 5 ms
  • 250 cd/m²
  • 1000 : 1

156,10 €

10 winkels
0
*