AMD Radeon RX 5700 (XT) “Navi” preview: heeft AMD de GPU sweet spot te pakken?

Inhoudsopgave
  1. 1. Inleiding
  2. 2. Radeon RX 5700 en 5700 XT
  3. 3. Referentiekaarten
  4. 4. Display en media engine
  5. 5. RDNA-architectuur
  6. 6. Nieuwe compute units en cache
  7. 7. Welke prestaties mogen we verwachten?
  8. 8. En hoe zit het met ray-tracing?
  9. 9. Besproken producten
  10. 10. Reacties

Inleiding

AMD heeft deze week tijdens de E3 beurs de eigenschappen van de eerste lang verwachte “Navi” videokaarten bekend gemaakt. De Radeon RX 5700 en RX 5700 XT moeten 7 juli in de winkel liggen en het opnemen tegen Nvidia’s GeForce RTX 2060 en RTX 2070.

Het is inmiddels bijna twee jaar geleden dat AMD een nieuwe serie gpu introduceerde. De high-end Vega 10, die we kennen van de Radeon RX Vega 56 en RX Vega 64, is nooit een daverend succes geworden. Dankzij de combinatie met peperduur HBM2-geheugen prijsde AMD zichzelf uit de markt, juist in de jaren dat Nvidia met haar GeForce 10-serie onverslaanbaar was. Door het gebrek aan concurrentie heeft Nvidia tot frustratie van veel gamers bij de vorig jaar geïntroduceerde GeForce RTX 20-serie de prijzen voor haar producten flink verhoogd. Meer dan ooit is er een roep om tegenwicht. Aan die oproep geeft AMD vandaag gehoor met de Radeon RX 5700 en RX 5700 XT.

Wie hoopt op nieuwe high-end videokaarten die de strijd kunnen aangaan met de Nvidia GeForce RTX 2080 Ti komt bedrogen uit. AMD kiest er noodgedwongen voor om de nichemarkt van peperdure videokaarten (vooralsnog) aan Nvidia te laten. In plaats daarvan brengt het kaarten uit voor een marktsegment waar veel meer mensen in geïnteresseerd zijn. De nieuwe Radeon-kaarten zijn volgens AMD de ultieme videokaarten om te gamen in 1440p resolutie (2560x1440), waarbij de RX 5700 XT in de regel snel genoeg is voor 1440p met hoogste settings, terwijl je met de RX 5700 nog weleens een stapje terug moet doen. De kaarten moeten het op gaan nemen tegen respectievelijk de GeForce RTX 2070 en 2060.

Wat de kaarten misschien wel bovenal interessant maakt is dat het de eerste zijn die gebruik maken van de nieuwe, tijdens Computex aangekondigde RDNA-architectuur. Waar tijdens Computex nog boze tongen beweerden dat RDNA eigenlijk helemaal niet “nieuw” is, mogen we op basis van uitgebreide briefing die we de afgelopen dagen van AMD hebben gekregen concluderen dat de Navi 10 gpu die de basis vormt voor de nieuwe Radeon RX-kaarten wel degelijk is gebaseerd op een andere opbouw dan de meest GCN chips, de architectuur van alle AMD gpu’s sinds 2011. In hoeverre RDNA écht nieuw is, zullen we verderop in dit artikel proberen te beantwoorden.


De Navi 10 gpu zoals getoond tijdens AMD's introductie evenement.

Waar RDNA de naam is voor de architectuur die de komende jaren de basis zal vormen voor nieuwe AMD gpu’s, is Navi de naam voor de eerste familie van gpu’s op basis van RDNA. De Navi-familie, of om specifiek te zijn de Navi 10 chip die de basis vormt voor de twee nieuwe videokaarten, is bijzonder om verschillende redenen: de gpu wordt geproduceerd middel van TSMC’s 7nm-productieprocedé (Nvidia zit nog op 12nm), AMD maakt de overstap naar GDDR6-geheugen, Navi is de eerste gpu met ondersteuning voor PCI-Express 4.0 én er zijn nieuwe media en display engines.

Verderop in dit artikel doen we de RDNA-architectuur verder uit de doeken, maar we beginnen met het belangrijkste: de nieuwe videokaarten.

Lees ook: AMD 3e generatie Ryzen en Zen 2 architectuur preview: tot 16 cores op Socket AM4

Radeon RX 5700 en 5700 XT

AMD introduceert zoals gezegd twee videokaarten op basis van de Navi 10 GPU, de Radeon RX 5700 XT en de Radeon RX 5700.

Eerstgenoemde maakt gebruik van de volledige Navi 10 GPU, die 40 compute units en daarmee 2560 shader units ofwel stream processors in AMD-jargon aan boord heeft. De gpu werkt op een basisklokfrequentie van 1605 MHz, een boost klokfrequentie van 1905 MHz en een game klokfrequentie (waarover verderop meer) van 1755 MHz. De kaart is voorzien van 8 GB GDDR6 geheugen met een snelheid van 448 GB/s. De kaart heeft een gemiddeld verbruik van 225 W.

AMD positioneert de Radeon RX 5700 XT als directe opvolger van de Radeon RX Vega 56. Hoewel die laatste 56 compute units heeft (16 meer dan de RX 5700 XT) moeten de verbeteringen in de RDNA-architectuur en de hogere klokfrequenties ervoor zorgen dat de RX 5700 XT toch sneller is – maar bovenal dankzij de kleinere gpu en het GDDR6-geheugen goedkoper om te produceren.

Bij de Radeon RX 5700 zijn 4 van de 40 compute units in de Navi 10 GPU uitgeschakeld, zodat er 36 overblijven. Dat brengt het totaal aantal stream processors op 2304. De klokfrequenties zijn ook wat lager: 1465 MHz standaard,  1725 MHz boost en 1625 MHz “game”. Het geheugen is identiek: 8 GB GDDR6 werkend op 448 GB/s. Het verbruik van deze kaart is 180 W.

De Radeon RX 5700 XT krijgt een adviesprijs van $ 449 en zal in Nederland vermoedelijk dus een kleine € 500 gaan kosten. De Radeon RX 5700 heeft een adviesprijs van $ 379 en zal dus rond de € 400 gaat kosten. We schreven op de vorige pagina al dat AMD de kaarten positioneert tegenover respectievelijk de GeForce RTX 2070 en 2060. In beide gevallen zijn de AMD kaarten dus wat vriendelijker geprijsd - mits AMD de adviesprijzen daadwerkelijk kan waarmaken.

Beide kaarten maken gebruik van PCI-Express 4.0, al werken ze natuurlijk ook prima in een PCI-Express 3.0 systeem. AMD is overigens eerlijk om toe te geven dat je op dit moment als gamer nog geen meerwaarde zult ervaren van de hogere doorvoersnelheid van PCI-Express 4.0.

“Game clock”?!

Het woord viel hierboven al twee keer: wat is de game klokfrequentie in hemelsnaam? Zoals bekend werken moderne GPU’s niet meer op een vaste klokfrequentie, maar fluctueert deze op basis van de workload, het stroomverbruik en de temperatuur. De basisklokfrequentie is de klokfrequentie die de fabrikant altijd kan garanderen, ook in extreme workloads als bijvoorbeeld Furmark. De Boost-klokfrequentie is de maximale klokfrequentie die je in de praktijk zou mogen verwachten. Die laatste frasering is van belang: er wordt geen garantie gegeven en bij slechte koeling in je pc is het prima mogelijk dat die Boost-frequentie nooit behaald wordt. Is je behuizing juist erg koel, dan is het van de andere kant ook mogelijk dat je videokaart soms nóg sneller werkt.

Ergo: noch de basisklokfrequentie, noch de boost-klokfrequentie zijn heel duidelijk over wat je als gamer in de praktijk mag verwachten. Daarom introduceert AMD een derde getal dat op de doos komt, de game klokfrequentie. Dit is de klokfrequentie die je onder normale omstandigheden tijdens het gamen minimaal mag verwachten.

Speciale uitvoering voor 50ste verjaardag van AMD

Naast de standaard uitvoering zal AMD vanaf 7 juli tijdelijk een speciale "50th Anniversary Edition" van de Radeon RX 5700 XT verkopen via haar eigen site. Voor $ 499 krijg je een speciale uitvoering van de kaart die werkt op hogere kloksnelheden en een koeler heeft met gouden accenten. De 50th Anniversary Edition werkt op 1680 MHz base, 1830 MHz game en 1980 MHz boost. Het is op dit moment niet duidelijk of je de kaart ook vanuit de Benelux kunt bestellen.

Specificaties

In onderstaande tabel vind je alle specificaties.

Algemeen
 
MerkAMDAMD
ProductnaamRadeon RX 5700Radeon RX 5700 XT
ProductcodeRADEON RX 5700RADEON RX 5700 XT
DetailsProductinfoProductinfo
Chip
CodenaamNavi 10Navi 10
ArchitectuurRDNARDNA
Rekenkernen2304 cores2560 cores
Kloksnelheid1465 MHz1605 MHz
Kloksnelheid boost1725 MHz1905 MHz
Transistors10300 mln10300 mln
Die-grootte251 mm²251 mm²
Productieprocedé7 nm7 nm
Geheugen
Geheugengrootte8192 MB8192 MB
Type geheugenGDDR6GDDR6
Geheugensnelheid1750 MHz1750 MHz
Geheugencontroller256 bit256 bit
Bandbreedte448 GB/s448 GB/s
Functionaliteit
DirectX versieDirectX 12 fl 12_1DirectX 12 fl 12_1
HDMI versie2.0b2.0b
DisplayPort versie1.41.4
Geïntegreerde H.264 videodecoder
Geïntegreerde H.264 video-encoder
Geïntegreerde H.265 videodecoder
Geïntegreerde H.265 video-encoder
Geïntegreerde VC-1 videodecoder
Kaartontwerp
InterfacePCI-Express 4.0 x16PCI-Express 4.0 x16
Extra power-connector
Type power connector(s)PEG6+PEG8PEG6+PEG8
Total board power180 W225 W

Referentiekaarten

Zoals te doen gebruikelijk brengt AMD samen met haar partners in eerste instantie puur referentiekaarten op de markt. Op een later moment zullen partners als ASUS, MSI, Gigabyte, Sapphire en Powercolor ook eigen, custom-kaarten mogen maken en verkopen. Het is een publiek geheim dat AMD dit in de regel pas toestaat zodra de eerste batch geproduceerde referentiekaarten (vrijwel) is uitverkocht, zodat men daar niet mee blijft zitten. Ofwel: hoe populairder en succesvoller de kaart, hoe sneller er custom-kaarten komen.

Voor de eigen referentiekaarten heeft AMD een nieuwe koeler volgens het windtunnel-principe ontworpen. Het moet gezegd: de koeler van de Radeon RX 5700 XT ziet er bijzonder fraai uit. Een opvallend detail is de “performance contour”, die door de bij de presentatie aanwezige internationale pers als snel als “the dent” ofwel “de deuk” werd bestempeld. Alle gekheid op een stokje: onder de overkapping vinden we een vapor champer koeler, die volgens AMD van uitstekende kwaliteit is, waarvan akte. De koeler is overigens niet semi-passief.

Op het visuele ontwerp na is de koeler van de Radeon RX 5700 en RX 5700 XT identiek. Dat geldt ook voor de printplaat van de kaarten: in beide gevallen is er een 7-fase digitale stroomvoorziening en een 8-pin+6-pin PEG-stroomconnector om de gpu van voldoende vermogen te voorzien.

Hier zijn de officiële foto's van de Radeon RX 5700 XT, klik voor een vergroting:

En hier zijn de officiële foto's van de Radeon RX 5700:

Display en media engine

De Navi 10 gpu en daarmee de nieuwe Radeon RX 5700-kaarten hebben zowel een nieuwe display engine als een nieuwe media engine. Die eerste biedt de mogelijkheid om verschillende nieuwe soorten monitoren aan te sluiten. De twee engine verzorgt het en- en decoderen van video.

Om met de display engine te beginnen: de Radeon RX 5700 (XT) ondersteunt HDMI 2.0b en DisplayPort 1.4. Tot zo ver niks nieuws onder de zon en het ontbreken van HDMI 2.1 kan als een gemis worden gezien. Toch is er wel iets nieuws: de DisplayPort-uitgang biedt ondersteuning voor Display Stream Compression 1.2a, een door de ontwikkelaars van de DisplayPort-standaard ontwikkelde methode om het beeldsignaal “onzichtbaar” te comprimeren. Het resultaat is dat 4K 240 Hz, 4K HDR 120 Hz en 8K HDR 60 Hz schermen met één DisplayPort kabel aangesloten kunnen worden.

De nieuwe Navi kaarten ondersteunen overigens zowel HDR10 als Dolby Vision.

De nieuwe Radeon Multimedia Engine biedt geoptimaliseerde hardwarematige video-decoders en -encoders. Met het op dit moment meer gebruikte videoformaat (H.264) kan Navi 10 video in 1080p resolutie met 600 beelden per seconde decoderen. Of vermoedelijk zinniger: gelijktijdig tien 1080p streams met 60 fps. Bij de 4K resolutie worden tot 150 beelden per seconde ondersteunt. H.264 kan gecodeerd worden in 1080p360 of 4K90.

Ook de H.265 / HEVC decoder is versneld. 1080p kan met 360 beelden per seconde (of dus zes 60 fps streams) worden gedecodeerd, 4K met 90 beelden per seconde, maar er is nu ook ondersteuning voor 8K met maximaal 24 fps. Encoderen gaat met 1080p360 of 4K60.  Verder kan de GPU VP9-video, zoals gebruikt op YouTube voor HDR-video’s, hardwarematig decoderen: in 4K met 90 fps en in 8K met 24 fps.

RDNA-architectuur

Waar alle AMD gpu's van de afgelopen jaren – om precies te zijn: sinds 2011 bij de Tahiti-chip van de Radeon HD 7970 – zijn gebaseerd op de Graphics Core Next (GCN) architectuur en vernieuwde versies daarvan, is Navi de eerste gpu die gebruik maakt van een nieuwe architectuur, die AMD “RDNA” heeft gedoopt. Of RDNA écht een nieuwe architectuur is, was na de aankondiging twee weken geleden op Computex onderwerp van debat. AMD’s Mike Mantor, hoofd van de gpu-designafdeling, liet er tijdens tijdens een interview dat we eerder deze week met hem hadden echter geen misverstand over bestaan: "RDNA is a new architecture".

De informatie die we deze week over RDNA hebben gekregen, lijkt dat bevestigen: onder de motorkap is er veel veranderd. Waar GCN in de basis was ontwikkeld om de opbouw van gpu’s geschikt te maken voor meer dan alleen 3D-berekeningen, ontwikkelt RDNA daar weliswaar op door, maar is de nieuwe architectuur geoptimaliseerd voor het accommoderen van meer diverse en kleinere workloads. Een gpu is primair een chip die geoptimaliseerd is om dezelfde kleine taak tegelijkertijd uit te voeren op heel veel datapunten, bijvoorbeeld het doen van kleurberekeningen op heel veel pixels tegelijkertijd. Waar een cpu een klein aantal vrij complexe rekenkern heeft, heeft een gpu honderden of zelfs duizenden mini-cores. “Massa productie” is de specialiteit van een gpu, maar wanneer een even een klein taakje tussendoor moet op een beperkte hoeveelheid data, is een grafische chip daar in de regel minder voor geoptimaliseerd. De zogenaamde compute units binnen RDNA zijn herontwikkeld om flexibeler ingezet te worden.

Een tweede belangrijke verandering is dat AMD bij RDNA de GPU’s van een nieuwe cache-structuur voorziet. Door op verschillende niveaus de juiste buffergeheugens te plaatsen, kan op alle punten binnen de chip een optimale data-doorvoer, zoals qua doorvoersnelheid als latency, bewerkstelligd worden. Last but not least: de hele zogenaamde pipeline van stappen die voor “normale” 3D-berekeningen zoals in games moet worden doorlopen is tegen het licht gehouden, waarbij deze opnieuw is gebalanceerd, zodat dat sommige stappen niet langer veel meer tijd in beslag nemen dan andere. Het gevolg daarvan: de RDNA-architectuur is geschikt voor hogere klokfrequenties!

Voordat we dieper de architectuur induiken, vind je op onderstaande afbeelding een blokdiagram van de Navi 10 chip die de basis vormt van de nieuwe videokaarten. De chip heeft zoals al geschreven 40 compute units, die stuk voor stuk bestaan uit 64 rekeneenheden, ofwel stream processors. Deze compute units zitten per twee aan elkaar (waarover verderop meer) en verder per 10 in een blok, waar 128 kB L1-cache en diverse (fixed-function) onderdelen voor grafische taken worden gedeeld. Aan de randen van de chip, in het blokdiagram althans, vinden we 4 MB gedeelde L2-cache, die als buffer voor het externe geheugen fungeert. Dat geheugen, van het type GDDR6, wordt aangesloten via een 256-bit verbinding.

Op de volgende pagina kijken we verder naar de nieuwe compute units en de nieuwe cache-indeling, maar eerst werpen we een blik op de algemene beloftes van de RDNA-architectuur. De nieuwe opbouw moet volgens AMD ervoor zorgen dat Navi 10 bij hetzelfde stroomverbruik zo’n 50% sneller is dan de vorige generatie. Dat is echt een gigantische stap. Het maakt dat de Radeon RX 5700 XT met 40 compute units sneller kan zijn dan de AMD Radeon RX Vega 56 met, zoals de naam al aangeeft, 56 compute units. Van die 50% verbetering komt meer dan de helft door architecturale verbeteringen. De rest komt door de overstap naar 7 nm en de verbeteringen qua klokfrequenties.

De 50% verbetering in prestaties-per-watt moet zich wanneer we Navi 10 afzetten tegen de Vega 64 uitbetalen in 14% hogere prestaties en een 23% lager stroomverbruik, aldus AMD. Alsof dat nog niet mooi genoeg is, wordt dat bewerkstelligd met een chip die 2,3x kleiner is: Navi 10 meet 251 mm² tegen 495 mm² voor Vega 10.

Nieuwe compute units en cache

De RDNA compute units hebben voldoende gelijkenis met die van GCN, maar er zijn ook de nodige verschillen. Nog steeds zijn er 64 rekeneenheden aan boord, maar waar die bij GCN waren opgedeeld in vier blokken van 16, zijn het bij RDNA twee blokken van 32. Elk onderdeel van zo’n SIMD-unit (single instruction multiple data) is in feite een simpele 32-bit (single precision in jargon) rekeneenheid, waarbij al die rekeneenheden binnen een SIMD-unit zoals de naam al aangeeft dezelfde berekening uitvoeren op andere data.

Waar de vier blokken bij GCN één werkverdeler hadden (een zogenaamde decode and issue unit) heeft bij RDNA elk van beide SIMD32 blokken een eigen unit. Dat betekent dat er iedere klokslag nieuwe instructies voor 64 stuks data kunnen worden ingeschakeld, waar dat vroeger vier klokslagen voor vier blokken van 16 zou duren. Het maakt in de praktijk dat het de compiler van 3D-engines vaker zal lukken om alle rekeneenheden binnen een compute unit gelijktijdig van werk te voorzien en daarmee de in de gpu beschikbare rekenkracht beter te benutten. Een ander verschil: de taken van een enkele werkgroep (een set identiek instructies die afhankelijk zijn van hetzelfde stuk gedeelde geheugen) moesten bij GCN altijd op één SIMD uitgevoerd worden. Een wave of warp van 64 datapunten waarop dezelfde instructie moet worden uitgevoerd, moest zodoende worden opgeknipt in vier waves van 16 om zo achter elkaar door dezelfde SIMD unit heen te gaan. Dat betekent dus dat er voldoende werkgroepen tegelijkertijd beschikbaar moesten zijn om alle SIMD's in alle CU's tegelijkertijd bezig te kunnen houden. Bij RDNA kan een Wave 64 worden opgeknipt naar twee groepen van 32 en worden opgesplitst over de twee naastgelegen SIMD32 clusters. Op die manier kan hetzelfde werk in één in plaats van vier cycli worden voltooid. Al met al kunnen de SIMD clusters binnen RDNA veel beter gevuld blijven, wat een flinke prestatiewinst met zich meebrengt.

Ook nieuw is dat twee compute units aan elkaar geschakeld kunnen worden, indien de software/compiler dat zinnig acht. Ze delen dan hun periferie, zoals de instructie- en datacaches en de texture units. Wanneer een game op een bepaald moment gelimiteerd is door de snelheid waarop textures verwerkt kunnen worden, kan door zo’n aaneenschakeling de hoeveelheid texture verwerkingskracht per SIMD32 of SIMD64 verwerking verdubbeld worden.

Dan de cache-architectuur. De genoemde 128 kB L1 cache die per blok van 10 compute units zit is nieuw. Deze fungeert als extra, snellere buffer voor de verbinding richting ram, maar ook om sneller data tussen verschillende CU’s uit te wisselen. Verder heeft AMD de verbinding tussen de rekeneenheden en het eerste cache-niveau (L0) verdubbeld. Voor alle cacheniveaus is volgens AMD verder de toegangstijd ingekort.

Een andere verbetering is dat zo’n beetje overal binnen de gpu pixel-kleurdata met lossless compressie wordt opgeslagen. AMD gebruikt daarvoor delta color compression, wat in de basis betekent dat voor iedere pixel niet het absolute kleurniveau wordt opgeslagen maar het verschil met de voorgaande pixel. Daardoor zijn er onder de streep veel minder bits nodig. Het gebruik van gecomprimeerde kleurdata is niet nieuw; AMD, Nvidia en anderen doen het al jaren. Wel nieuw is dat het zoals geschreven nu in vrijwel de gehele chip is doorgevoerd, tot aan de displaycontrollers aan toe. Dat maakt dat zelfs de uiteindelijk volledig berekende beelden gecomprimeerd in de framebuffer worden opgeslagen en dat de display engine, die deze beelden moet doorsturen naar de aangesloten monitor, dus ook gecomprimeerd kan binnenladen. Het zorgt ervoor dat bij alle caches en bij het GDDR6-geheugen de hoeveelheid data wordt beperkt en daarmee de praktische doorvoersnelheid wordt verhoogd.

Welke prestaties mogen we verwachten?

De Radeon RX 5700 en RX 5700 XT komen 7 juli op de markt. Op dat moment mag je van ons uiteraard een uitgebreide review verwachten. AMD toonde ons al de nodige eigen benchmarks en hoewel we die uiteraard met een gezonde hoeveelheid scepsis bekijken, zullen we je ze niet onthouden.

Allereerst de Radeon RX 5700 XT ten opzichte van directe voorloper Vega 56. Ondanks het veel kleinere aantal CU’s zien we prestatietoenames van gemiddeld zo’n 30%. Mocht de praktijk hiermee overeenkomen, dan is het voldoende bewijs dat de nieuwe architectuur zijn vruchten afwerpt.

De Radeon RX 5700 XT wordt zoals geschreven gepositioneerd ten opzichte van de Nvidia GeForce RTX 2070 en vergelijkende benchmarks tussen die twee kaarten vind je hieronder. Belangrijke noot: de benchmarks zijn wat AMD noemt “Best Best”, wat betekent dat het voor beide kaarten de snelste API gebruikt. Het kan dus zijn dat DirectX 11 met DirectX 12 wordt vergeleken, of DirectX 12 met Vulkan. Hoe doen ook, we zien dat de Radeon RX 5700 XT in de regel iets sneller is dan de GeForce RTX 2070, maar de verschillen zijn relatief klein. In dit gevecht zal in de praktijk de prijs van de kaarten een grote rol gaan spelen.

Bij de Radeon RX 5700 versus de GeForce RTX 2060, opnieuw “Best Best”, zijn de prestatieverschillen iets groter en is AMD naar eigen zeggen gemiddeld ruim 10% sneller. Ook hier geldt, de échte benchmarks en de échte prijs waarvoor de kaarten daadwerkelijke te koop zijn, zullen hier het pleit moeten beslechten.

En hoe zit het met ray-tracing?

AMD zet de nieuwe Radeon RX 5700 en RX 5700 XT kaarten zoals geschreven af tegen de Nvidia GeForce RTX 2060 en 2070. Maar één belangrijk ding ontbreekt in deze concurrentiestrijd: hardwarematige ondersteuning voor ray-tracing. Dit is simpelweg niet beschikbaar in de Navi 10 chip.

AMD geeft duidelijk aan dat men denkt dat de tijd nog niet rijp is voor ray-tracing in PC-games. Men biedt welliswaar software aan om ray-tracing algoritmes te versnellen door de standaard shader units binnen de GPU in te zetten, maar dat is meer gericht op professionele renderingsoftware dan op games. Dat betekent dus ook dat we niet al te veel hoeven verwachten qua DirectX Ray-tracing support van Navi: de chip kan het, maar is daar volgens AMD zeker niet voor geoptimaliseerd.

Volgens David Wang, hoofd van de GPU-tak van AMD, zal de volgende generatie RDNA GPU’s ondersteuning bieden voor het hardwarematig versnellen van specifieke ray-tracing belichtingstechnieken. Het volledig opbouwen van game-beelden middels ray-tracing bij clients ziet Wang niet (snel) gebeuren. AMD’s visie is dat dat in de toekomst eerder in de cloud zal gebeuren, waarbij hij dus de facto aangeeft game streaming uiteindelijk te zien als toekomst voor gaming. Andere AMD medewerkers die we de afgelopen dagen hebben besproken brengen een extra nuance aan bij het verhaal van Wang: op een moment in de toekomst zal ray-tracing ook een (belangrijke) rol gaan spelen bij het volledig renderen van games op op client-systemen, of het nu desktop-PC's of game-consoles zijn. Maar hoe en wanneer blijft de vraag.

Een interessant gegeven is natuurlijk dat Microsoft deze week bij haar E3 persconferentie de volgende generatie Xbox heeft aangekondigd, waarbij men expliciet aangeeft dat deze een RDNA GPU mét ondersteuning voor ray-tracing krijgt. Hierbij zal het dus gaan om een volgende generatie RDNA-chip, wat gezien de geplande introductie van de nieuwe Xbox, eind 2020, niet gek is.

Conclusie

AMD is back in the game, althans zo lijkt. De eerste incarnatie van de RDNA-architectuur laat een prima eerste indruk achter, maar het is natuurlijk afwachten of de Radeon RX 5700 en Radeon RX 5700 XT bij onze eigen benchmarks een gelijkaardig beeld laten zien. Over hoe de concurrentie met Nvidia zal verlopen durven we nog niets te zeggen, niet in de minste plaats omdat AMD bij haar laatste gpu-introductie (Vega 64 en Vega 56) bepaald geen goed track-record heeft opgebouwd met het nakomen van beloofde adviesprijzen. Op basis van de “SUPER” teaser mogen we wel concluderen dat Nvidia ook nog iets in het vat heeft. Sowieso lijkt Nvidia de komende periode nog het alleenrecht te hebben op ray-tracing ondersteunen, al is het natuurlijk maar de vraag of Nvidia voldoende game-developers kan oplijnen om dat écht als concurrentievoordeel te kunnen uitspelen.

Hoe dan ook: er is weer meer concurrentie en dat was heel hard nodig. Alleen al om die reden kijken wij reikhalzend uit naar juli.

Lees ook: AMD 3e generatie Ryzen en Zen 2 architectuur preview: tot 16 cores op Socket AM4


Besproken producten

Vergelijk alle producten

Vergelijk  

Product

Prijs

AMD Radeon RX 5700

AMD Radeon RX 5700

  • Navi 10
  • 2304 cores
  • 1465 MHz
  • 8192 MB
  • 256 bit
  • DirectX 12 fl 12_1
  • PCI-Express 4.0 x16
Niet verkrijgbaar
AMD Radeon RX 5700 XT

AMD Radeon RX 5700 XT

  • Navi 10
  • 2560 cores
  • 1605 MHz
  • 8192 MB
  • 256 bit
  • DirectX 12 fl 12_1
  • PCI-Express 4.0 x16
Niet verkrijgbaar
0