[Pro] Arm Neoverse N2- en V1-CPU-core: tot 128 cores en meer

3 reacties

Arm heeft twee nieuwe architecturen voor cpu-cores onthuld. Bijzonder is dat het de serie opsplitst in de Neoverse V1- en de Neoverse N2-series. Zo kan het er beter voor zorgen dat chips hun specifieke functies zo efficiënt mogelijk uitvoeren.

De N2-core moet de bestaande N1-core vervangen en draagt de codenaam Perseus. Hij moet 40% beter presteren dan zijn voorganger en zich specialiseren in zo hoog mogelijke prestaties per oppervlak en per watt. Het aantal 'cores per tdp op een bepaald oppervlak' moet hierdoor een zo hoog mogelijk niveau bereiken. De kernen moeten met name terechtkomen in processors en servers die gericht zijn op schaalbaarheid, en de architectuur heeft ook wat indeling gebalanceerde karakteristieken.

N2 is geschikt voor 5nm-productieprocessen en kan overweg met pcie 5.0, ddr5 en hbm3. Verder is de ondersteunde ccix-versie (een cache coherent interconnect van een consortium van verschillende bedrijven) versie 2.0 en ook cxl 2.0. Cxl is een vergelijkbaar principe om chips te verbinden. Er zijn twee pipelines van 128-bit voor scalable vector extensions (sve), waaronder bfloat16. De core moet in 2021 beschikbaar komen.

De geheel nieuwe core draagt de naam Neoverse V1 (Zeus), en moet zich opvallend genoeg minder richten op Arms mantra 'power, performance, area'. Het doel van deze cores is namelijk om zo hoog mogelijke prestaties te bieden, wat enigszins ten koste gaat van de energie-efficiëntie en het beperkte oppervlak van de core. De bredere architectuur wordt in meerdere mate veroorzaakt door een flink grotere floating point-unit,  deze core moet twee pipelines van 256-bit hebben. Dat is twee keer de capaciteit van de N2. Ook de cache moet een stuk vergroot zijn, hoewel Arm niet het formaat accuraat laat zien in de presentatie.

Ten opzichte van N1 moet V1 50% beter presteren, dus iets beter dan wat N2 voor elkaar zal krijgen. De exacte vergroting van het oppervlakte is niet bekend, maar wel constateert Arm dat hij gebruik kan maken van pcie 5.0, ddr5, hbm2e en ccix 1.1. Deze kern moet direct beschikbaar zijn en zowel op 5 nm als op 7 nm geproduceerd worden.

De V1-core blijkt gebaseerd te zijn op de Cortex-X1-core die we kennen van de mobiele wereld. De N2-core is gebaseerd op dezelfde technologie als Arms Cortex-A78-kern. Opvallend is dat de cores erg vergelijkbaar zijn, maar dat de voor hyperscale-producten bedoelde N2-kern pas in 2021 beschikbaar moet komen. Het E1-platform blijft bestaan, en deze cores blijken pas te worden vernieuwd vanaf de Poseidon-generaties die op dit moment voor 2022 op de planning staan.

 

Bronnen: Arm, Anandtech

« Vorig bericht Volgend bericht »
0
*