Windows Subsystem for Linux is op Windows 11 gemakkelijk te installeren, dit zijn de voordelen

30 reacties

Het Windows Subsystem for Linux (WSL) is gemakkelijk te installeren op Windows 11 — het is namelijk al praktisch aanwezig. Je hoeft het alleen nog te activeren. Ars Technica heeft het uitgebreid doorlopen en heeft alle voordelen op een rijtje gezet.

Met WSL is het gemakkelijker om Linux-software te gebruiken en te ontwikkelen zonder dat je daar een compleet nieuw systeem of virtuele machines voor nodig hebt. De compatibiliteitslaag maakt het namelijk mogelijk om vanuit Windows Linux-apps en -besturingssystemen te gebruiken. En ja, inmiddels heeft het beestje ook een grafische user interface (gui) en ondersteuning voor geluid. Dit draagt de naam WSLg, in een blogpost van begin dit jaar beschrijft Microsoft voor de liefhebbers hoe WSLg precies in elkaar steekt. Voor die tijd ondersteunde WSL slechts command line-applicaties.

Zoals gezegd is het al aanwezig sinds Windows 10 versie 2004. Je hoeft alleen maar de commandoprompt te starten en cmd > Run as Administrator > WSL --install in te voeren. Na de activatie is standaard Ubuntu geïnstalleerd, maar met het commando wsl --list --online kun je gemakkelijk uit een lijst met andere distributies kiezen. Standaard is er ondersteuning voor distro's als Fedora, Kali en Debian beschikbaar, maar met de EasyWSL-tool kun je distro's die niet standaard ondersteund worden toevoegen via Docker-images. Als je niet kunt kiezen kun je er ook meerdere installeren.

Veel Linux-software heeft al een Windows-versie — in veel gevallen hoef je de compatibiliteitslaag dus helemaal niet te gebruiken. In principe kun je elke Linux-applicatie draaien die je maar wenst. Ars Technica was in ieder geval enthousiast over Virtual Machine Manager van Red Hat, waarmee je de virtuele machines op basis van de Linux Kernel Virtual Machine kunt maken, beheren en gebruiken. Als je per se dit programma wilt gebruiken hoef je dus niet meer een apart Linux-systeem (of een Linux-virtual machine) meer te maken. Verder werken virtuele Linux-programma's vrijwel vlekkenloos, zonder duidelijk merkbare latency en haperingen te veroorzaken.

Toch ontbreken er ook dingen, zoals geïntegreerde openzfs. Normaal gesproken is dit standaard verwerkt in Ubuntu, maar je kunt het wel toevoegen met het commando apt install zfs-fuse. Echter krijg je hier niet alle nieuwste functionaliteit mee. Zo zit op dit moment de kernel op versie 0.8.3, terwijl de fuse-implementatie op versie 0.7.0 zit. Daardoor is het bestandssysteem niet standaard versleuteld, krijg je niet de nieuwste functies en draait het niet direct op het subsysteem-kernel. Al met al zijn er nog wat zaken die toegevoegd moeten worden, maar het zijn geen dingen waar je absoluut niet zonder mee kunt.

Bron: Ars Technica

« Vorig bericht Volgend bericht »
0
*